zaterdag 23 juli 2022

Niveau


 

Niveau...

Niveau...

Ik hoor (en denk) de laatste tijd vaak het woord niveau...

- - - - - - - - - - - - - - - - -

Op tv proberen twee mensen de liefde te vinden, maar zitten beiden op een heel ander niveau. De een is boers en lomp. Door hard werken heeft hij kunnen bereiken waar hij nu staat in het leven. Deze arbeidsethos heeft hem gevormd en gehard. Zijn handen zijn ruw, zijn kleding altijd vies. Hij laat niet met zich spotten en neemt geen blad voor de mond. Met ruwe woorden kwetst hij degene die het dichtst bij hem staan, maar ze weten dat zijn hart op de juiste plaats zit. De ander is een prinses die zich kan veroorloven om uitgebreid van elk bloemetje en zuchtje wind te genieten. Ze voelt zich één met de natuur. Haar dure kleding, strak gekapte kapsel en feilloos gelakte nagels altijd onberispelijk. Dat ze met deze keuzes ook de natuur veel schade berokkend wuift ze met flair weg. Met zoete woorden probeert ze iedereen te paaien en voor zich te laten werken. Alles wat ze doet lijkt een toneelstuk dat tot in de finesse is ingestudeerd. Het zijn twee totaal tegenovergestelde mensen die ervoor kiezen om de liefde tussen hen een kans te geven. En hoewel tegengestelden elkaar aantrekken, vechten deze mensen elkaar binnen een paar dagen de tent uit. De kijker kiest massaal de kant van de lompe boer en kan het zweverige prinsessengedrag van de vrouw niet waarderen. 

Bij een andere deelnemer zijn twee liefdeskandidaten. De een kijkt op de ander neer en zegt "Hij is niet osm," en legt uit wat dat betekent: "dat betekent dat hij niet bij ons soort mensen hoort. Hij heeft niet dezelfde studie gedaan en kan niet meepraten op ons niveau". Ik vind dat van weinig klasse getuigen, maar dat zal wel komen omdat ik niet zijn soort mens ben.

- - - - - - - - - - - - - - - - -

Een meisjes dat speciaal onderwijs volgde, probeert zich op te trekken aan het meisje met ‘social skills’ dat naast haar woont en een rijke vriendenkring heeft. Binnen twee avondjes wijnen zijn ze ‘besties’ in de ogen van het meisje. De vriendin laat het meisje steeds meer toe, ze wisselen sleutels van hun huizen uit en gaan vaak samen op stap. De vriendin ziet haar vaste vriendengroep steeds minder vaak, maar dat is niet erg, want met het meisje om haar heen hoeft ze zich nooit te vervelen. Maar dan gaat het meisje de vriendschap claimen alsof zij de enige is die recht heeft op de aandacht van haar vriendin. Er gaat geen dag voorbij dat het meisje en de vriendin bij elkaar zijn. De vriendengroep probeert af en toe nog wel eens contact te maken, maar als het meisje een dag laat afweten heeft de vriendin behoefte aan even niets. De vriendengroep begrijpt dat, maar probeert steeds minder vaak een hand uit te reiken. Hoewel de toewijding en adoratie van het meisje schattig en lief is, ze verstikt de vriendin die ze zo geweldig vindt en vernietigd daarmee hun vriendschap.

Het is alsof het meisje de tuin van haar vriendin in wil, maar dan moet ze wel een hoge schutting over. Voor de vriendin is het geen probleem om in de tuin te komen, de deur opent zich automatisch voor haar, maar het meisje zal altijd over de schutting moeten komen. En omdat het meisje zo schattig is, -en ach, de vriendin heeft ook wel wat medelijden met haar,- besluit ze om het meisje een knietje te geven, zodat die ook de tuin in kan. De vriendin zet zich schap en gaat stevig tegen de schutting staan. Het meisje plaatst een lompe schoen in de handen van haar vriendin. Ze grijpt de jas van haar vriendin bij de schouders en trekt daarbij aan de haren die daar los hangen. Haar lompe voet schiet uit de handen van haar vriendin en beland op een nare manier op haar bovenbeen. Het meisje zet haar andere schoen op het andere bovenbeen en grijpt met haar handen achter het hoofd van de vriendin. Haren blijven in de vele armbanden hangen als de handen van het meisje de planken van de schutting grijpen en het meisje rechterop gaat staan. De lompe schoenen draaien en de randen boren zich nog dieper in de bovenbenen van haar vriendin. Ze glijden langzaam naar beneden voordat het meisje zich optrekt en op de schouders van haar vriendin gaat staan. De losse haren die over de schouders hangen niet ontziend. Het meisje zet nog een laatste stap omhoog. Ze plaatst beide schoenen op het hoofd van haar vriendin en zet met grote kracht af. De vriendin zakt tegen de schutting door haar knieën naar beneden. Ze zit onder de blauwe plekken, haar kapsel is bedorven en ze mist hele plukken haar. Het meisje kon de bovenkant van de schutting grijpen en hangt daar nu. Tijdens de sprong kon ze zich net genoeg optrekken om de tuin in te kunnen kijken. Wat ze zag beviel haar zo erg, dat ze meer wilde van wat ze zag. Daarom laat ze zich vallen en probeert opnieuw of de vriendin haar een knietje wilt geven...


- - - - - - - - - - - - - - - - -

Vanmorgen keek ik uit mijn slaapkamerraam in de toppen van de bomen voor ons huis. De vogels springen van de ene tak op de andere. Ze tjilpen naar elkaar en houden zo contact.

Ik moest denken aan de verschillende niveaus. Is niet iedereen gelijk en evenveel waard?

Zijn wij niet net als die vogels, ieder in onze eigen boom, op onze eigen tak, op ons eigen niveau? En ieder zingt zoals het gebekt is. Elk fluit zijn eigen lied, herkenbaar voor zijn eigen soort. 

En elk fluitje is mooi. Elk fluitje mag er zijn, op welke tak of in welke boom de vogel ook zit.

Ik vond het een mooie gedachte.

Laat ieder zo zijn als hij is. Maar vooral ook: laat jezelf zo zijn als jij bent!

- - - - - - - - - - - - - - - - -

Als receptioniste op het werk zit ik op het laagste niveau. Al het werk van andere mensen kan zomaar, zonder pardon op mijn bureau belanden. Vroeger was dat meer regel dan uitzondering, waardoor. Ik kreeg de bedorven kruimels van de tafel en kwam daardoor bijna niet meer aan mijn eigen werk toe. Ik voelde dat ik mijn kwaliteiten niet kon benutten en merkte op een gegeven moment dat ik verdoofd werd voor alles wat ik zou moeten voelen. Op mijn werk was ik een robot. Toen ik burn-outklachten kreeg heb ik met een coach mijn manier van werken veranderd.
 Er is op mijn werk veel veranderd. Heel veel. Ik heb meer regie en grijp de kans om zelf werk naar me toe te trekken. Mensen weten me nu te vinden als ze mijn expertise nodig hebben en ik kan weer doen waar ik energie van krijg. Hoewel ik nog steeds receptioniste ben, voel ik niet meer dagelijks dat ik aan het eind van de voedselketen sta. Daarbij heb ik afgelopen jaar een hele dure opleiding mogen doen, waar ik ook nog dagen vrij voor heb gekregen en de reiskosten betaald kreeg. Ik heb geen cent uit te hoeven geven. Afgelopen week kreeg ik mijn laatste cijfer terug, een onverwachte 10! En vandaag… Vandaag kreeg ik mijn diploma per post binnen. Ik ben secretaresse… mét diploma!!!

Ik ben een niveau gestegen!!



dinsdag 4 augustus 2020

De Kerk van de toekomst?

Seksualiteit en de kerk...

Ik denk dat we er nog lang niet zijn. De theologie van het lichaam van JPII was een mooi begin. Toen ik de cursus volgde, voelde ik de waarheid erin, maar miste ik ook iets. Alsof het plaatje nog niet af was. Heb er nooit mijn vinger op kunnen leggen. Maar het begint nu te dagen.

Seksualiteit is iets exclusiefs, iets wat alleen tussen twee levenspartners is. Niet al bij een verliefdheid, en al helemaal niet om uit te proberen of je wel bij elkaar past bij elke verkering die je hebt, maar als je echt van elkaar houdt en voor elkaar gekozen hebt, na een lange, zorgvuldige weg van onderzoek en voorbereiding, én na inzegening van je huwelijk. Als je samen kunt wachten tot die tijd, is je huwelijk zo sterk dat het bestand is tegen alles wat je op jullie weg komt.

Seksualiteit is dan niet alleen puur de seks, maar veel - veel meer dan dat. Het is doorheen de hele relatie, hoe je met elkaar omgaat, hoe je elkaar lief hebt, hoe je voor elkaar zorgt, hoe je elkaar aanvult, hoe je met elkaar communiceert. Het is hoe je met elkaar verbonden bent in doen en laten, in lichaam en in Geest. Zolang twee partners God als richtlijn hebben en Hem in hun midden plaatst, ook tijdens de meer intieme momenten, zie ik een 'match made in heaven'. Als een liefde tussen twee mensen zo echt is dat hij gloeit, kan niet ontkennen dat God in hun midden is. 

Helaas sluit de kerk door haar regeltjes een heel groot deel van haar eigen gemeenschap uit. Volgens de leer van de RK kerk mag je niet trouwen als je ouder bent dan de vruchtbare leeftijd, als je sowieso (nog) niet open staat voor een zwangerschap (en dus voorbehoedsmiddelen gebruikt), als je van tevoren al weet dat je onvruchtbaar bent en als je een partner van hetzelfde geslacht wil trouwen.
Ik ben van mening dat deze groep juist heel vruchtbaar (het vruchtbaarst) is voor de kerk. Dit zijn meestal de mensen van wie het hart het grootst is, en van wie de kerk de meeste dienstbaarheid kan verwachten. Mits ze niet buitengesloten worden, natuurlijk.

En dat buitensluiten gebeurt gek genoeg alleen bij partners van hetzelfde geslacht. Alle andere mensen worden met open armen ontvangen. Zelfs mensen die gescheiden zijn en een nieuwe relatie hebben worden met open armen ontvangen en binnen gehaald, ook al zijn ze niet getrouwd en leven ze (volgens de regels) in zonde samen. HoLeBi's mogen zijn wie ze zijn (zegt de kerk) maar moeten zichzelf ontkennen en worden gedwongen hun leven in eenzaamheid te leven. Ze moeten de kern waar de Liefde zit vernietigen, negeren en af laten sterven. Niet gek dat er maar een enkeling is die dat kan. De rest voelt zich buitengesloten.

Door deze groep buiten te sluiten, ontstaat juist de goddeloosheid waar iedereen zo van walgt. Maar wat zou er nou gebeuren als we deze groep net als alle ouderen, gescheidenen en onvruchtbaren met open armen zouden verwelkomen? Ik denk dat we een revolutie zouden krijgen. Door de acceptatie van de kerk zal de acceptatie in de maatschappij in een stroomversnelling komen. Niet alleen omdat de kerk nou eenmaal een voorbeeldfunctie heeft, maar ook omdat de koppels van hetzelfde geslacht weer heel zullen zijn. Ze zouden het gezicht van God gaan weerspiegelen in hun liefde voor elkaar en voor God. En wie die Liefde ziet, kan niet anders dan die liefde accepteren. 

Ik wens het iedereen toe om eens een koppel te leren kennen die al in eenheid met God samen is. En ik hoop dat dan iedereen gaat zien wat ik zie: een wereld die een stukje minder gebroken is. Want alleen door de Liefde kunnen we de wereld weer heel maken. 

donderdag 13 juni 2019

Winter, regenbuien en zware depressies


27-11-2018

Nachtmerries, energiegebrek, lusteloosheid, vreetbuien, geen honger, slecht slapen, huilbuien, woorden zeggen waar ik later spijt van heb, neerslachtigheid, niet meer naar mijn werk willen, niet meer naar de bioscoop willen, geen spelletjes op de telefoon meer willen spelen, niet meer uit mijn bed willen komen, niemand willen zien, niks meer gedaan krijgen, belangrijke dingen door elkaar halen, dingen die ik voorheen blindelings deed met twee vingers in mijn neus ineens heel ingewikkeld vinden, niet meer blij worden als er een grapje gemaakt wordt en eigenlijk helemaal nergens meer blij van worden...

Het klinkt serieus alsof ik in een flinke dip terecht ben gekomen.

Ik moet me richten op mijn werk, dat leidt af. Tranen zitten hoog. Ik voel ze prikken in mijn ogen. Ik onderdruk een snik die al de hele ochtend duurt. 

Wat moet ik doen om uit deze situatie te komen? 

Buiten is het koud. De kou komt binnen. De kou IS al binnen. De verwarming moet omhoog, waardoor de lucht droog is. Ik krijg hoofdpijn. Ik heb de mensen nodig die ik lief heb, maar die zijn niet bij mij. En ik niet bij hun.

Het is bewolkt buiten. De zon is niet te zien. Binnen moeten de lichten aan. Het liefst kruip ik in bed en slaap tot de zon weer wat meer zijn best gaat doen. Mijn lichaam doet of het 24/7 nacht is. Ik wil slapen, voel me moe. Doe dat licht uit. Ik zonder me af, wil niet praten. Ik denk nog maar aan één ding: hoe los ik dit op?

Ik voel onrust. Mijn hartslag is hoog. Mijn ademhaling ook. Ik wil rennen. Weglopen. Ik zucht. Mijn hoofd voelt licht aan. Mijn gedachten vechten om voorrang. Ze springen van het één op het ander. Mijn hersens draaien overuren en raken oververhit. Ik voel mijn oren heet worden.Ik wil naar huis, naar bed. Maar thuis wacht mij ook geen rust, moet ik ook van alles.


donderdag 17 mei 2018

In de achtbaan met mama en papa

Nadat mama in de herfstvakantie (oktober 2016) plotseling een tia had gehad en de volgende ochtend een hersenbloeding erbovenop zijn we in een rollercoaster terecht gekomen waarin we heen en weer geslingerd werden tussen hoop en acceptatie, schrik en vreugde... 
Mama heeft een aantal dagen in het ziekenhuis in Goes moeten verblijven, papa was alleen thuis. Ik had vakantie, dus ik ben de hele vakantie gebleven. Mama mocht na 2 of 3 dagen naar een revalidatieafdeling van een verzorgingstehuis. Dat was heel fijn, want ze hadden daar erg veel ervaring in deze dingen. Voor papa ook fijn, want nu kon hij zelfstandig naar mama met de bus. 
Totdat papa een keer goed was gevallen toen hij onderweg was naar de bus. Hij viel wel vaker, maar nu was het behoorlijk ernstig. Gelukkig hebben omstanders hem toen weer overeind geholpen en is hij in het verzorgingstehuis weer een beetje opgelapt. Maar de schrik zat er goed in bij ons. Mijn broers en schoonzussen reden om beurten om pa heen en weer te brengen zodat hij elke dag bij mama kon zijn. Heel lief en ook noodzakelijk, maar pa had het er moeilijk mee. Hij wilde eigenlijk geen hulp vragen en hij wilde het niet nodig hebben, maar nu werd hij wel gedwongen.

Ma knapte steeds een beetje meer op, ze was het beste in rolstoelrijden, ze leerde lopen op een nieuwe manier, leerde praten en ook weer voor zichzelf zorgen. Een aantal dingen kon ze niet meer leren omdat haar rechterkant  verlamd was geraakt. De weken voordat ze naar huis kwam, werd er in huis flink gewerkt zodat ze ook veilig door het huis heen kon. De drempels kregen een bruggetje, bij de voordeur kwam er een loopplank, er werd een traplift geplaatst... Begin januari 2017 kon ze naar huis. Wat waren we blij dat pa en ma weer bij elkaar konden zijn! Papa wilde persé een kerstboom in de kamer omdat mama dat zo gezellig vond. Wat waren ze blij, papa en mama!
Maar daarna begon de ellende eigenlijk pas echt. Ma was durfde niet naar buiten, pa durfde ma niet alleen te laten, ma zat alleen maar op pa te letten en pa zat de hele dag puzzels te maken of tv te kijken. Door alle gebeurtenissen van de afgelopen maanden raakte pa nog meer in de war, vergat dingen en haalde dingen door elkaar. Ma was nog heel scherp van geest, maar kon niet zo goed en duidelijk meer praten. En dan was pa ook best overheersend, dus denderde hij weleens over ma heen als ze ook eens iets wilde zeggen. 

Ik ging in het begin elk ander weekend naar hen toe en bleef dan van vrijdagavond tot zondagavond, maar dat brak me op een gegeven moment op. Ik had geen tijd meer om me op te laden, want als ik het andere weekend thuis was, dan lag er een hoop werk op me te wachten, zeker op het einde, want het stapelde zich ook behoorlijk op. Vaak moest ik dingen van de kinderen missen omdat ik bij mijn ouders was. Ik trok dat gewoon niet meer. Dus toen ma thuis kwam heb ik afgesproken dat ik ongeveer elke 4 weken zou komen. Die weekenden bij mijn ouders, observeerde ik vooral. In het begin regelde ik ook heel veel. Telefoontjes plegen naar allerlei instanties om de zaken zo goed mogelijk geregeld te krijgen, planning van zaken etc. Maar na verloop van tijd was ik vooral bezig met mijn ouders uit hun schulp te halen. Als ik dan aankwam zei ik meteen: Morgen gaan we een rondje naar de brievenbus en naar het winkelcentrum en zondag gaan we naar de Albert Heijn! Nou, dan begonnen ze al meteen te mopperen, maar ik stond er dan wel op dat ze toch mee gingen. En uiteindelijk genoten ze er allebei van. Als we dan thuiskwamen waren ze voldaan! Op een keer dat ik er was, wilde ma zelf de tuin in. Ik moest haar wel helpen, want alleen kon ze dat nog niet. Maar ik zag haar genieten! Wat een heerlijk gezicht was dat zeg! 

Als ik er was, dan zeiden we de hulp voor 's avonds af, want dan legde ik mijn moeder zelf wel in bed. En op zaterdag- en zondagmiddag zeiden we ze ook af, want dan waren we vrij om weg te gaan. In de ochtend liet ik hen wel komen, maar ma had vaak het geduld niet om in bed te blijven liggen, dus hielp ik haar met het wassen en aankleden. En dan ging ze alvast naar beneden. De verzorgster hoefde dan alleen nog maar de medicijnen na te kijken en klaar te leggen voor de dag.
En omdat mama al vroeg naar bed ging, waren de avonden voor papa en mij. Hele gesprekken hadden we dan. Over van alles en nog wat, maar vooral over vroeger. Over zijn kindertijd, de oorlog, over oma, zijn broertje, zijn tante, Vlissingen, Indonesië. "Stap toch gewoon op dat vliegtuig en ga kijken hoe het daar is in Indonesië!" zei hij dan. Hij werd er een beetje boos om dat ik niet durf te vliegen. Soms zei hij het zo boos, dat ik het bijna durfde... 
We spraken ook veel over mijn kinderen. Wat was hij trots op hen, hij wilde alles van ze weten. Hoe het op school ging, met welke vrienden ze omgingen, over hun werk en clubjes, hij was trots over hoe ze hun talenten benutten. Als we eenmaal over de kinderen begonnen, dan raakte hij niet uitgevraagd en uitgepraat.

Vlak na zijn verjaardag liep papa buiten met zijn wandelstok. Maar omdat hij niet zo goed meer ziet, had hij een stoeprand gemist. Hij viel met zijn been precies op stoeprand of op zijn wandelstok. Dat is nog steeds niet duidelijk. Hierbij had hij waarschijnlijk een slagader geraakt, wat een enorme interne bloeding tot gevolg had. Zeker in combinatie met zijn bloedverdunners. Het been werd steeds blauwer en maandagochtend werd er een grote harde schijf onder de huid ontdekt. De huisarts kwam kijken en heeft hem meteen met de ambulance naar het ziekenhuis gestuurd. In het ziekenhuis kreeg hij meteen bloedverdikkers. 
Ma bleef alleen achter, maar die vond het juist wel fijn om even alleen te zijn. Natuurlijk ging ze met de hulp van de broers en schoonzussen wel op visite bij pa, maar voor de rest vermaakte ze zich wel thuis. Dinsdagmiddag werd pa geopereerd. Hij kon zich er helemaal niks van herinneren. Hij had nog wel wat pijn, maar minder dan daarvoor. Woensdagmiddag mocht hij alweer naar huis. En hoewel we dat allemaal wel een beetje snel vonden, waren we er ook blij mee, omdat het voor ons meteen minder gedoe was. Mijn nicht is tegen de avond nog even langs gegaan met heel veel fruit en heeft nog lekker in de tuin gezeten met mama. Vrolijk babbelend, terwijl papa nogal aanwezig was volgens mijn nicht.
Die nachts bleek papa zich misselijk, draaierig en beroerd te voelen. Beroerd genoeg om op de alarmknop te drukken van de thuiszorg. Er is toen meteen iemand gekomen en die trof hem aan terwijl hij allemaal aan het overgeven was. Ze had overlegd met de huisartsenpost (HAP), en die zeiden dat het een nawerking van de narcose was. Als hij de volgende ochtend nog misselijk zou zijn, dan moest de huisarts even komen voor medicijnen tegen de misselijkheid. De volgende ochtend voelde papa zich nog steeds heel beroerd. Mijn zus is in de telefoon geklommen, en hield ons via WhatsApp op de hoogte. Ik zal de details besparen, want ze moest heel lang wachten voordat ze iemand aan de telefoon had, en daarna werd ze weer doorverwezen en toen moest ze weer terug naar het eerste telefoonnummer. Afijn, de huisarts kwam (na een uur) 'meteen'. We haalden allemaal opgelucht adem... Papa had morfine ingenomen tegen de pijn, dat kon ook een oorzaak zijn van de misselijkheid. Daar is onmiddellijk mee gestopt. 's Morgens had hij niet meer overgegeven. Een goed teken. Tegen de avond is de huisarts teruggegaan om nog eens te kijken hoe het met papa ging. Papa was weer aan het overgeven en de huisarts was bang dat hij in het ziekenhuis het norovirus had opgelopen. Hij heeft meteen de ambulance gebeld en papa werd weer terug naar het ziekenhuis gebracht. Toch weer enigszins paniek bij ons allemaal, want hoe was papa er dan aan toe, dat de huisarts hem zonder pardon weer naar het ziekenhuis terug had gestuurd? We wachtten in spanning af. Pas laat in de avond krijgen we bericht dat pa een herseninfarct heeft gehad door de tijdelijke stop van de bloedverdunners. Hij heeft een ernstige afasie, is incontinent en heeft krachtverlies in zijn rechterarm. 
Meteen zitten we weer met zijn allen tegen het plafond van de schrik. We zijn bang dat we afscheid moeten gaan nemen van hem en zijn voorbereid om elke minuut van de dag naar Vlissingen te moeten reizen. Die nacht is hij gelukkig goed doorgekomen.
De dagen die volgen in het ziekenhuis zijn afwisselend. Net als we weer wat goed nieuws krijgen, krijgen we meteen weer minder goed nieuws. Reageert hij goed op een medicijn, krijgt hij een ander probleem. Zo heeft hij epileptische aanvallen gehad, verslikte hij zich continue, had hij hele dagen de hik, kreeg hij een longontsteking, trok hij steeds het buisje voor de sondevoeding uit zijn neus. De eerste keer dat we op visite gingen schrokken we heel erg van hoe hij eruit zag. Een schaduw van de man die hij was. Na een maand was hij stabiel genoeg en mocht hij naar hetzelfde verzorgingshuis in Vlissingen, waar mama ook had gewoond. 
Eenmaal daar bleef hij het slangetje voor de sondevoeding uit zijn neus trekken. Gevolg was dat hij terug naar het ziekenhuis moest voor een stoma. Wat was ik zenuwachtig, want als ze nu opnieuw zijn bloedverdunners zouden stoppen lag het gevaar voor een nieuwe infarct om de hoek. Zus heeft toen nauw contact gehad met het ziekenhuis en gelukkig is alles toen goed gegaan. Papa weet er niks meer van, is alles vergeten. Ik denk dat hij in deze periode regelmatig zijn bewustzijn 'uit' heeft gezet om te kunnen overleven. Zo lijkt het in ieder geval.

In deze periode ben ik elke 3 weken naar mijn ouders gegaan voor een heel weekend. In de vakanties kon ik wat langer. Ik sliep dan bij mijn moeder en hield haar gezelschap. Ik verbaasde me over hoe goed ze voor zichzelf kon zorgen en hoe sterk ze was. Ze kookte, waste af en trok haar eigen plan. Elke dag gingen we naar pa met het taxibusje of met mijn broers of schoonzussen. Soms reed er een buurman. Mama praatte niet zoveel, was meer praktisch bezig. Ik verzorgde haar zoals ik deed toen pa nog thuis was, maar ma sliep erg weinig en bleef dus ook afvallen. Ik ben toen ook echt leuke dingen gaan regelen om met haar te gaan doen. Op visite gaan bij familie of bij de buren. Echt even wat anders dan de sleur en de nare gedachten. Dat heeft wel wat geholpen. Ze sliep in ieder geval weer, al waren het korte nachten.

Toen pa een paar maanden in het verzorgingshuis had gewoond, werd wel duidelijk dat papa nooit naar huis zou kunnen. Een erg emotionele tijd brak aan, want wat zou dat betekenen voor hen? Papa in een verpleeghuis en mama thuis? Kon papa echt niet nog meer opknappen zodat hij naar huis kon komen? Moesten ze met zijn tweeën ergens anders gaan wonen? 
Uiteindelijk kwam er een tweepersoonskamer vrij waar papa en mama samen konden intrekken in Scheldehof. Dit was voor een periode van 2 maanden. Daarna zouden ze naar het nieuwe Scheldekwartier verhuizen waarin de Scheldehof haar eigen plekje zou krijgen. Het mooie was dat het Scheldekwartier gebouwd werd in de plaatwerkerij van De Schelde. De plaats waar papa zijn hele leven heeft gewerkt en waar zijn hart lag. 
We gingen regelmatig even kijken, liepen dan ook even door de stad, of duwden de rolstoelen omhoog, de Boulevard op. Op die manier raakten ze er gewend aan en keken ze uit naar de laatste verhuizing. Begin december was het zover. Als één van de eerste bezoekers kwamen ze er te wonen. Wat een mooie plek om te wonen! Heel snel vonden ze er hun draai en leerden ze nieuwe mensen kennen. Door de verpleging en verzorging werden ze betrokken bij allerlei activiteiten en konden ze weer een beetje gelukkig worden. 

De gezondheid van papa blijft fragiel, af en toe heeft hij een kleine tia en dan zitten we weer even tegen het plafond. Met mama's gezondheid gaat het goed, hoewel ze echt heel bang is om papa's gezondheid. In grote lijnen gaat het goed met ze.

Er zijn veel voordelen aan dit nieuwe huis. Ze zitten midden in de stad en het huis bruist van de energie. Er is een geweldig uitzicht op het Dokje van Perry en je kijkt een heel eind de stad in. 
Toch is er nog de pijn van het afscheid nemen van het oude huis, dat nu leeg staat en steeds leger wordt. Veel spullen hebben een nieuwe eigenaar gekregen, een aantal dingen zijn ook gewoon weggegooid of afgevoerd. Een hoop moet nog uitgezocht worden voordat er iets mee gedaan kan worden. Het huis ligt nog vol met duizenden herinneringen... Papa en mama zijn nooit meer terug geweest naar het huis nadat ze in Scheldehof zijn gaan wonen, te pijnlijk. 
Ze zijn nu zover dat ze zeggen dat we het wel mogen verkopen, maar daar wachten we nog even mee. Het is fiscaal niet gunstig om dat nu te doen. 

Maar misschien zijn wij er zelf ook nog niet klaar voor...

30-5-2017 De blaar is weggesneden. Papa heeft geen pijn meer
3-6-2017 Papa is terug opgenomen in het ziekenhuis. Heeft hij het norovirus opgelopen?

 5-6-2017 Papa heeft een herseninfarct gehad en slaapt het grootste deel van de dag.

16-6-2017 Papa in het verzorgingstehuis op de afdeling revalidatie
14-5-2017 Mama, eindelijk weer in haar eigen tuintje
2-8-2017 Ze kunnen niet veel meer, maar hun liefde aan elkaar tonen is geen probleem
Oktober 2017 Papa en mama eindelijk weer samen op de bank ik hun tijdelijke woning op Scheldehof
 November 2017 Als we samen gaan wandelen met pa en ma, kijken we hoe mooi ze straks gaan wonen
November 2017 Pa en ma voor hun nieuwe huis: Het nieuwe Scheldekwartier
 Een eerste informatiemiddag in het Scheldekwartier. Pa en ma zijn erg onder de indruk
 December 2017 en nieuw huis en er komt ook weer een nieuw jaar aan. De kerstboom wordt al opgetuigd.
Maart 2018. Mama en papa doen mee aan allerlei activiteiten. Zo gaan ze op woensdag naar het koor en heeft mama leren kleien en maakt dan de mooiste dingen, zoals deze fruitschaal.

maandag 9 januari 2017

Waarom stierf Jezus aan het kruis?

In 2015 hebben ze mijn gevraagd om te komen spreken op de Alphacursus en uit te leggen waarom Jezus moest sterven. Gelukkig had ik een paar maanden te tijd om op zoek te gaan naar een antwoord, waarna onderstaande inleiding tot stand is gekomen.


Waarom moest Jezus sterven?

Zonde!

Wat is zonde?
Je cola knoeien op een witte bank. Dat is zonde. Wij hébben echt witte banken, 3 kinderen met heel veel vriendjes en vriendinnetjes. Geloof me. De banken blijven nooit lang wit! Voordeel: het zijn banken met hoezen die in de was kunnen, op 95’graden. Maar dat terzijde.
Als je kind zijn best heeft gedaan om een heerlijke maaltijd te bereiden. Voor het eerst helemaal alleen. Maar het is niet te eten, of het is te weinig. Dat is zonde. Onze kinderen koken regelmatig voor ons. Het gaat niet altijd even goed, maar we geven ze de kans om te leren. En de liefde die erin zit is heerlijk!
Begrijp je wel wat dat woord inhoud; zonde? Zonde; Dat is niet zo bedoeld, dáár is het niet voor bedoeld, zo is het niet bedoeld. En dat kun je vóelen.

Voelen?

Vroeger had je alleen thermometers met kwik erin. Die moest je op de ouderwetse manier gebruiken, via “achteren”. Na gebruik moest hij dan weer schoon gemaakt worden. Beiden een klusje dat je liever oversloeg, maar het moest toch gebeuren. Toen ik heel klein was deed mijn moeder dat voor me. Maar toen ik iets ouder was moest ik dat zelf doen. We hadden een thermometer die mijn ouders denk ik al vanaf het begin van hun huwelijk hadden. Ik was nog maar een kind en ziek. Ik had de thermometer gebruikt en moest hem schoonmaken. Weet u nog hoe dat ging? Onder de koude kraan waste ik het ding schoon. En daarna moest ik hem “uitslaan” om het kwik weer naar de punt toe te zwaaien. Dat ging niet helemaal goed. Ik sloeg de thermometer tegen de wasbak aan en het ding brak in stukken. Het kwik belandde in de wasbak en rolde in grote druppels naar het putje in het midden. Ik probeerde de druppels nog op te vangen en terug in de thermometer te doen, maar na een poosje begreep ik dat dat niet kon. Ik heb dikke tranen gehuild. Dat was niet de bedoeling. Ik heb het pas tegen mijn moeder durven vertellen toen ze mij ernaar vroeg. Ik voelde me zo schuldig dat ik tot op de dag van vandaag nog precies weet wat er toen is gebeurd. Zo voelt zonde.
Mijn moeder was gelukkig niet boos. Wel een beetje verdrietig. Onze volgende thermometer werd een elektrische…

Die zonde-ervaring was de eerste bewuste keer dat ik het voelde. Daarna heb ik het nog vele malen gevoeld. Als kind waren het vaak onbewust bedoelde dingen. Ik weet nog dat ik met mijn zus een kussengevecht hield in de huiskamer. We sprongen daarbij van bank naar bank, naar stoel, over de salontafel, over de eetkamertafel. Als twee dolle meiden renden wij in het rond, zonder de vloer te raken. Om beurten probeerde we elkaar af te gooien met een kussen. Toen ik aan de beurt was, gooide ik een kussen recht op mijn zus haar hoofd af. Ze bukte… Een mooie glazen lamp die aan de muur hing sneuvelde. Dat was het einde van de pret. We hebben van schik alles opgeruimd en een briefje neergelegd dat we zo’n spijt hadden van het stuk maken van de lamp. En toen zijn we stilletjes naar bed gegaan. Huilend. We hebben ons nog dagen daarna ellendig gevoeld. Mijn vader en moeder hebben ons de volgende dag alleen ‘the look” gegeven, die ik tegenwoordig ook aan mijn kinderen geef als ze iets doen wat niet zo hoort, maar als ik er niet echt boos om kan worden.

Een van de laatste keren dat ik totaal onschuldig iets deed, wat ik beter niet had gedaan, was toen ik had leren duiken. Ik was echt nog klein voor mijn gevoel. Mijn zus kon nog niet duiken en ik wilde het haar leren. Daar was ik echt eerlijk en oprecht in. Ik had mijn zus op de tafel gezet. Teentjes over de rand van de tafel. Handjes op elkaar, armen gestrekt boven het hoofd. Hoofdje buigen. Door de knieën zakken. En dan afzetten! Een klein zetje van mij onder haar billen liet haar voorover duikelen van de tafel. Een moment van triomf; ze kán het! En dan spijt. Mijn zus beland op haar hoofd op de grond en blijft heel even liggen om vervolgens heel boos op mij te worden en stampvoetend naar boven te gaan. Ik durfde haar niet meer aan te kijken en ik heb me er heel lang voor geschaamd. Het speet me zo!

Toen ik wat ouder werd, ging ik ook bewuster dingen doen die niet mochten. Ik begon leugentjes te vertellen tegen mijn ouders. Ik spijbelde weleens op school. Ik ging ‘s nachts stiekem naar buiten. Ik was een tiener…. Mijn ouders hebben het niet makkelijk gehad met mij. En dat is zacht uitgedrukt. Het begon klein, maar hoe meer ik zondigde tegen de regels van mijn ouders, hoe minder ik ze aan durfde te kijken. En hoe minder ik ze aan durfde te kijken, hoe groter mijn zonden werden.

Toen ik een jaar of 18 was en volwassen werd, ben ik het huis uitgegaan en op mezelf gaan wonen. De afstand die letterlijk tussen mijn ouders en mij ontstond was voldoende om van een afstand te kunnen zien wat ik mijn ouders een verdriet had aangedaan. Hoe langer ik het huis uit was, hoe meer herinneringen er naar boven kwamen en de bijbehorende blikken van verdriet op het gezicht van mijn moeder, de teleurstelling in de ogen van mijn vader.
Na een paar weken heb ik de trein gepakt en ben naar ze toe gegaan. Ik heb mijn moeder en vader verteld hoeveel spijt ik had van alles wat ik hen had aangedaan. Ze waren nog steeds niet boos. Maar ze waren wel blij dat ik nu zelf inzag wat ik verkeerd had gedaan. En ze hebben het me vergeven. Natuurlijk. Maar, nog steeds voel ik de pijn bij de herinnering.

Nu ik zelf kinderen heb, ken ik het verhaal van mijn ouders ook van de andere kant. Samen met mijn man heb ik geprobeerd om te voorkomen dat onze kinderen verdriet zouden kennen in hun jonge leven. Maar soms kun je alleen aan de zijlijn staan en ze coachen, zodat ze er sterker van worden, en slimmer. Een pijnlijk proces waar je keer op keer doorheen moet, of je wilt of niet. Vaak hebben mijn man en ik machteloos moeten toekijken als er weer een kind verdriet had. Wat hadden wij dan graag de pijn weggenomen en het verdriet zelf gedragen voor het kind. Wat hadden we graag hun kruis willen dragen

…

Maar Jezus heeft voor ons Zijn kruis gedragen. Sterker nog: Jezus is voor ons gestorven! Niet zomaar gestorven, maar gestorven aan het kruis. Een vreselijk martelwerktuig waar alleen de grootste misdadigers aan werden gehangen. 

Waarom?

Ik vraag het aan mijn jongste dochter. “Twee woorden,” zegt ze terwijl ze één-voor-één haar vingers in de lucht steekt, “Onze, en Zonden.” Maar waarom dan? Vraag ik haar. “God vond de aarde niet meer mooi omdat de mensen zondigden en toen stuurde Hij zijn Zoon zodat die daar iets aan kon doen.”
Ze heeft het goed begrepen. God had de aarde geschapen. Het was een paradijs hier op aarde. Maar Adam en Eva hadden als eerste mensen ook als eerst gezondigd. En dat stukje DNA zit in ons allemaal.

In het verhaal van Noah lees je hoe God veel verdriet had over hoe de mensen hier op aarde leefden en besloot de aarde te ‘reinigen’ met een zondvloed. Alleen Noah en zijn gezin bleven in leven.
Maar na een heleboel jaren gingen de mensen toch weer hele lelijke dingen doen. Ze zondigden veel en heel erg. Daarom zond God zijn Zoon naar de aarde. We hebben net Zijn geboorte gevierd. Toen Jezus oud genoeg was is Hij de mensen gaan leren wie God is. Hoe ze Hem kunnen vinden, hoe ze kunnen bidden. Maar vooral hoe ze als goede mensen moeten leven, samen met God. Dit deed Hij niet alleen maar met een aantal leerlingen, die Hem overal in volgden. Die leerlingen begrepen het eerst niet, maar ze namen de dingen die Jezus hun leerde wel aan, zonder te begrijpen.

We kennen het verhaal van hoe Jezus stierf denk ik allemaal wel. In het kort: Jezus werd verraden, moest voor het Sanhedrin, de rechtbank, verschijnen, maar had geen schijn van kans. Het had allemaal zo moeten zijn. Jezus werd eerst flink gemarteld. Hij werd geslagen met vreselijke werktuigen die zijn hele huid open maakten. Hij werd in het openbaar vernederd doordat zijn kleren werden afgenomen en hij alleen in zijn onderkleed moest lopen, wat ook in die tijd al heel vernederend was. En Hij werd bespot, hij kreeg een kroon op zijn hoofd gedrukt met grote stevige doorns eraan, waarna het bloed over zijn gezicht stroomde. Toch; Jezus heeft zich geen enkel moment verzet. Het moest zo zijn en dat wist Hij. Jezus moest zijn eigen kruis de berg op dragen en daar is Hij aan het hout genageld met grote nagels (spijkers). Jezus liet het allemaal over zich heen komen en absorbeerde, zoals een spons water opneemt, alle zonden van de wereld.

Een stukje uit de Bijbel:

Marcus 15, 33-39 [33] Toen het zesde uur* aangebroken was, viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur. [34] Op het negende uur riep Jezus met luide stem: ‘Eloi, Eloi, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten? [35] Sommige omstanders die het gehoord hadden, zeiden: ‘Hoor, Hij roept Elia!’ [36] Een van hen rende weg, doopte een spons in wijn, stak die op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. ‘Laten we eens kijken of Elia Hem eraf komt halen’, zei hij. [37] Maar Jezus had, na het slaken van een luide kreet, de geest gegeven. [38] Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën. [39] Toen de centurio* die tegenover Hem stond, zag dat Hij op deze manier de geest gaf, zei hij: ‘Inderdaad, die man was de Zoon* van God.’

Daarom!

In mijn zoektocht van de afgelopen weken naar waarom Jezus voor ons moest sterven, heb ik veel gelezen en met een aantal mensen gepraat die me interessante en mooie dingen zeiden. Maar pas toen ik dit stukje tekst had gelezen vielen er puzzelstukjes in elkaar. “Toen het zesde uur was aangebroken, viel er duisternis over het hele land.” Jezus had zoveel zonden op zich genomen dat het er donker van werd. Jezus, zoon van God, maar ook zelf helemaal God. 
Voelen wij ons zelf ook niet zo, als we een zonde hebben begaan? Ik wel. Ik voel me ellendig, verdrietig, wil het liefst de hele dag in bed blijven liggen, in het donker. Ze zeggen ook weleens: “die heeft iets gedaan wat het licht niet kan verdragen” of: “hij heeft een ziel zo zwart als de nacht.” Zo voelde God zich, zo voelde Jezus zich. Al die zonden die Hij droeg op dat moment aan het kruis.
Die zonden die Hij droeg, zorgden er niet alleen voor dat Hij zich zo somber voelde, maar ook dat Hij de aanwezigheid van zijn Vader niet meer kon ervaren, terwijl zijn Vader juist heel dicht bij was. Toch voelde Jezus zich verlaten. Zijn moeder stond voor Hem. Zijn Vader was heel dichtbij en toch zegt Hij: “God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?”
En dan slaakt Hij een luide kreet en geeft de geest. Jezus sterft. En met Jezus, sterven de zonden met Hem mee. Jezus sterft de dood. Letterlijk.

Conclusie

Wat moet dat een indruk gemaakt hebben. God offert zijn Zoon op voor onze zonden. En Jezus weet dat en verzet zich niet. Hoe groot moet Gods Liefde wel niet zijn voor ons, dat Hij zichzelf opoffert voor ons! Wat een geweldig cadeau is dat, wat Jezus ons gaf! Wat moet Hij veel van ons gehouden hebben!


God houdt net zoveel van ons als wij van onze kinderen houden. Nog méér zelfs! Zoveel, dat Hij een heilsplan maakte. Hij kwam door zijn Zoon naar de wereld en stierf aan het kruis. Daar hangt Hij; armen gespreid, om te laten zien hoeveel Hij van ons houdt. Zóóó veel!

vrijdag 2 september 2016

Ochtendspits

Ochtendspits

Omdat ons stafbureau aan de andere kant van Tilburg is van mijn huis uit, moet ik elke ochtend zo’n 10 kilometer fietsen Ik ben dan zo’n 45 minuten onderweg op mijn e-bike. Genoeg tijd dus om lekker weg te mijmeren of avonturen te beleven.

Ik vroeg me vanmorgen af:

Ik weet niet wat erger is;
De kindertjes die rijen dik over het fietspad uitwaaieren en ik –met gevaar voor eigen leven- moet zien hoe ik er zonder kleerscheuren langs kom. Zonder mezelf te ergeren overigens, dat heb ik me lang geleden voorgenomen, zodat ik niet meer zo gefrustreerd op mijn werk aan zou komen. En ja: het is mogelijk om jezelf daarin te trainen, maar je moet het in eerste plaats echt willen en in tweede plaats volhouden en volharden. Dat is wel een hindernis bovenop de hindernis…

Of:
De jonge heren die zich – voordat ze de deur uitgaan – ’s morgens bedekken onder een dikke laag dure geuren (die blijven het langst hangen), om vervolgens welriekend op de fiets te stappen om naar school, werk of universiteit te gaan. – De heren die veel aandacht aan hun uiterlijk en kleding besteden zijn het ergst. – Als ware wegpiraten op hoge fietsen banen ze zich een weg tussen de rondfietsende kindertjes. En elke keer als ik mijn mond open doe om adem te halen krijg ik een flinke hap deodorant, aftershave of eau-de-cologne binnen. Ik denk dat als de geuren kleuren zouden zijn, Tilburg elke ochtend zou veranderen in een heus Hindoestaans Holi-feest. Dat zou een mooi gezicht zijn zo ’s morgens vroeg op mijn fietsje in het koude Tilburg!


woensdag 18 november 2015

Parijs, vrijdag 13 november 2015


Aanslagen Parijs


Vrijdag 13 november 2015

 

De mensen zijn verslagen, bang, wantrouwend. Versuft lopen ze rond. Vragen zich af of het werk wat ze vandaag doen nog wel zo belangrijk is, of ze hun geliefden vanavond nog wel terug zullen zien, of ze de man aan de overkant nog wel kunnen vertrouwen…

Profielfoto’s op Facebook kleuren blauw-wit-rood, kerken houden de deuren open, op maandag is er een minuut stilte. Alles draait om de aanslag in Parijs.


Normen en Waarden


Het is verschrikkelijk wat er is gebeurd in Parijs. Zoveel doden om niets. Zomaar. Ja, om de ideologie van iemand die werkelijk gelooft dat wat hij doet – goed is. Een ideologie die alleen de insiders kunnen volgen en begrijpen. Een ideologie die alleen maar groeit naarmate normen en waarden van de samenleving dalen. Normen en waarden die gelovige moslims (géén extremisten!) tegen de borst stuiten. Trouwens, niet alleen de moslims, maar ook de gelovige christenen. Meisjes met veeeeeel te korte rokjes, meisjes die topless aan het strand liggen, het alcohol- en drugsgebruik, relaties die massaal stuklopen, ongewenste kinderen die weggehaald worden, kinderen die steeds jonger seksueel actief zijn en een staat die het aanmoedigt, de media en een overheid die meent alles te moeten kunnen zeggen in het kader van de vrije meningsuiting… Ik snap het wel…

De hele maatschappij verloederd naar een egoïstisch “ik-tijdperk”

Men vinden dat kinderen moeten experimenteren, vrij moeten zijn, eigen keuzes moeten kunnen maken. Daar is niks mis mee, maar dan moet een kind wel eerst zijn grenzen kennen en evenwichtig zijn.

Sexy is goed, want dan ben je populair, en dat is weer goed omdat je het dan stukken makkelijker hebt op school. Als een jongen daar gebruik van wilt maken, zeg ze geen ‘nee’, want dan is ze ineens niet meer leuk en bovendien, wat kan haar gebeuren, ze slikt de pil en hij zegt toch dat hij haar leuk vindt?

Papa en mama zijn niet meer bij elkaar, maar dat is goed, want dan laten we zien dat we elkaar niet nodig hebben, dat we zelfstandig genoeg zijn en sterk, dan krijgt mama weer een nieuwe vriend (of vriendin) en papa een nieuwe vriendin (of vriend), en dan krijg je er ook weer 4 nieuwe opa’s en oma’s bij, en al die cadeautjes die je dan krijgt met sinterklaas!

Als we ergens op uitgekeken zijn, dan kopen we een nieuwe. Wat nog goed is wordt weggegooid. Koop je een nieuwe broek omdat de oude begon te scheuren? Koop je een nieuwe auto omdat de oude niet meer door de APK kwam? Koop je een nieuwe bank omdat de veren door de bekleding steken? Wanneer heb jij voor het laatst kliekjesdag gehad?


Tegen de stroom in probeer ik mijn kinderen mee te geven dat ze niet alleen op de wereld zijn, dat ze voor de ander moeten zorgen, dat ze trots moeten zijn op zichzelf omdat ze kostbaar zijn, dat ze de aarde in bruikleen hebben en straks weer moeten doorgeven aan hun kinderen en zij weer aan hún kinderen, dat ze er zuinig op moeten zijn. Buiten een handjevol vrienden, vind ik hier nergens steun in. Ja, wel in een ideaal hier en daar, maar voor velen is het een onhaalbare zaak om echt radicaal te zijn.


Sterfelijkheid


Naast dat het verschrikkelijk is, wat er in Parijs is gebeurd, is het ook de normaalste zaak van de wereld. Dat het nu steeds dichter bij komt maakt het tastbaarder, maar dit soort geweld is altijd al geweest. Vandaag de dag worden er dagelijks meisjes verkocht als seks-slaaf, worden moeders of vriendinnen gestenigd, worden mannen en kinderen de nek doorgesneden en hoofden afgehakt, worden mensen doodgeschoten.

Tegelijk worden duizenden kinderen vermoord omdat het niet geboren mag worden, worden mensen doodgereden op straat omdat een bestuurder zijn ogen niet op het verkeer gericht houdt, sterven mensen omdat ze zich ziek gegeten hebben, sterven ze aan kanker omdat ze hun verdriet nooit hebben kunnen uiten, sterven er mensen aan zelfmoord omdat ze zich diep – diep ongelukkig voelen of geen andere uitweg meer zien, sterven er kinderen door de klappen van hun vader, jaarlijks raken er mensen gewond, of gaan dood aan hun verwondingen door het zware vuurwerk van hun buurman.

Maar ook sterven er dagelijks mensen aan een hartaanval, aan ouderdom, aan een longontsteking, aan een val met de fiets.



Het is nu eenmaal een gegeven: De dood hoort bij het leven. De vriend die iedereen het liefst buiten de deur houdt. Maar het feit blijft: Wie geboren wordt, sterft op een dag. Zelfs planten sterven! Waarom zijn we er dan zo bang voor?

Ik heb jaren geleden de dood omarmt als mijn vriend. Ik heb vrede met hem gesloten. Sindsdien is de angst voor de dood weg. Natuurlijk steek ik mijn kop niet in het zand, nee, ik heb ervoor gezorgd dat ik kan gaan als het mijn tijd is. Ik laat de generatie die na mij komt mijn gedachtegoed na. Mijn kinderen weten dat ik van ze houd, net zoals mijn lieve echtgenoot, ze weten dat ik vanuit de hemel naar ze kijk en dat ik super-trots ben op wie ze zijn en wie ze worden. Ik schrijf ontzettend veel, zodat mijn kinderen mij altijd in mijn verhalen terug kunnen vinden en dat de generaties na hen mij ook kunnen leren kennen. Ik probeer vanuit mijn geloof zo goed mogelijk te leven, liefde te verspreiden, vrede te stichten en vreugde te zaaien. Ik zorg ervoor dat de band met mijn hemelse Vader altijd goed is, ik praat veel met Hem en bid veel. Als ik dood ga, dan ben ik voorbereid. Zoals mijn papa altijd zei: “Als Zeeland overstroomt, dan is het gedaan met ons. Dan zijn we (mijn mama en hij) dood.” Heel nuchter, maar oh, zo waar!

Ooit zei iemand tegen me: Het is niet belangrijk dat je geboren bent, of dat je sterft. Wat belangrijk is, is datgene wat je ertussenin doet.

Maak dat dát belangrijk is, zorg dat je iets waardevols bijdraagt aan de nalatenschap van de wereld. Zorg dat de wereld een stukje mooier en liever en vrediger wordt. Houd van de mensen om je heen, maak recht wat krom is en heel wat gebroken is, zeg sorry tegen iedereen waarbij je iets verkeerd hebt gedaan. Dan ben jij straks ook voorbereid om de dood recht in de ogen te kijken en hem te verwelkomen!


Natuurlijk hoop ik dat er nooit een geliefde het slachtoffer wordt van een terroristische aanslag. Maar voor miljoenen mensen is dat al gebeurd. Moeten we ons bang laten maken? Nee, want waar angst is, kan geen liefde zijn. De kinderen, mannen en vrouwen die zich bij extremistische groeperingen aansluiten kennen de liefde niet. Sterker nog, hun hart is vergiftigd door haatzaaiers, versteend door het uitzetten van hun gevoel. Hoe meer wij de liefde aan hen voorleven, hoe groter de kans dat ze vroeg of laat geraakt en besmet worden met de liefde. En als hun hart dan weer gaat voelen, dan voelen ze echt wel wat goed is en wat niet goed is. Liefde is de enige oplossing voor een probleem als de IS.

Ik ben niet gechoqueerd door de aanslag in Parijs. Ik vind het erg, maar ik ben niet gechoqueerd. Het zat eraan te komen. En de maatschappij heeft er zelf toe bijgedragen.

Maar dezelfde maatschappij kan ook het tij doen keren. Wees je bewust wat en wie echt belangrijk is, ga weer naar de kerk, laat het christendom explosief groeien. Samen kunnen we dan het licht terug in de wereld brengen, samen kunnen we het donker verbannen. Samen kunnen we de liefde verspreiden tot in de harten van alle andere mensen. Samen kunnen we de haat uit de wereld helpen.

Hieronder nog een ontroerend mooi filmpje: