dinsdag 22 mei 2012

I've had a dream 2

Droom

Wow, een jaar geleden al weer!

Zondag 15 mei 2011

Vanmorgen werd ik wakker. Ik had een droom gehad. Ik had iets gedaan voor een aantal mensen, wat me erg veel moeite gekost had. Ze hadden me aangeboden te betalen voor de klus. Ik had geweigerd, maar zij hadden aangedrongen. Uiteindelijk had ik toegestemd. Toen ik na de klus wachtte op mijn “loon” kreeg ik een koperen 5 cent-munt. Ik moest er erg om lachen, want hetgeen ik gedaan had was natuurlijk veel meer waard dan 5 cent! Ik had de klus gedaan uit liefde, zonder er iets voor terug te verwachten. Ze hadden zelf besloten mijn diensten te willen betalen. Maar ik had geen idee dat ze me zó zouden beoordelen. Ik was met stomheid geslagen. Ik was toch wel meer waard? Maar deze mensen waren serieus en konden er niet om lachen. Ze wezen naar de koperen munt, die ik inmiddels had aangenomen, in mijn hand. Langzaam opende ik mijn hand. Toen pas zag ik dat het geen gewone mint was. Ik bekeek hem beter en ontdekte dat het een “Munt-van-waardering” was. Er stond op dat mijn daden voor anderen juist ontzettend gewaardeerd werden. Ik was tot tranen toe geroerd en heel erg blij en gelukkig.
Ik maak uit de droom op dat, wat ik voor God doe, enorm gewaardeerd wordt. Niet met grote woorden of gebaren, maar in het verborgene van een gesloten hand. Op een simpele manier, in de vorm van een koperen munt.

zondag 22 april 2012

Toen en nu. Is er veel veranderd?

Toen ik klein was, leefde ik in een grote bubbel. Ergens was ik me wel bewust van wat er allemaal om me heen gebeurde, maar ik wist niet dat ik er ook invloed op had. Dat heb ik pas geleerd toen de bubbel zomaar van de één op de andere dag barstte.

Ik kan me nog wel heel veel van mijn eerste kindertijd herinneren. Hoe ik aan mijn vaders grote hand liep, hem nauwelijks kunnen bijbenen omdat hij zulke grote stappen maakte, maar ik wilde zo graag met hem mee dat ik vreselijk mijn best deed. Ook die ene keer dat papa nog in het donker naar de winkel moest, mocht ik mee. Ik was ontzettend gefascineerd door de donkere buitenwereld. Dat had ik nog nooit eerder gezien!
Ik herinner mijn oma als de vrouw die in die ene speciale stoel zat te roken en met een glimlach naar ons zat te kijken als we op de grond speelden met de LEGO.
Ik herinner me vaag gebeurtenissen van de kleuterschool. De eerste keer dat ik gepest werd. Die ene keer dat ik aan het klimrek wilde en er niet op mocht van de andere kinderen. Dat mijn zusje in haar broek had geplast en door haar juf over de gang naar de toilet werd gesleept, tranen in haar ogen.
Ik herinner me veel beter de gebeurtenissen van de basisschool. Mede doordat ik daar ook vriendinnetjes kreeg, werd ik me bewust van mezelf, maar nog steeds had ik niet door dat ik invloed kon uitoefenen op de gebeurtenissen om me heen. Alles wat er gebeurde, overkwam me. Dat ik nog meer en stelselmatig werd gepest, hoorde bij de dagelijkse realiteit. Ik accepteerde dat niet alleen, maar was de kinderen die me pestten zelfs dankbaar voor hun gedrag, omdat ik me sterker en sterker voelde worden en mezelf voelde groeien, terwijl zij zichzelf neerhaalden. Stiekem moest ik daar om lachen. Ik wist toen nog niet wat ik nu wel weet; dat God me hielp, hoe meer ik de grond in getrapt werd, hoe hoger God me optilde. En als kind voelde ik dat gewoon. Ik vond het heerlijk om op die manier opgetild te worden!
Ik genoot van de zondagen, ik keek er de hele week naar uit. Op zondag gingen we naar de kerk, daar voelde ik God’s Liefde zo dichtbij en zo warm. Daar werden alle lasten van waar ik onder te lijden had van mijn schouders genomen, waarna ik mezelf voelde zweven. Ik moest altijd oppassen dat ik niet wegvloog als de mis afgelopen was. Heel voorzichtig liep ik dan de kerk uit. Op de trap voor de kerk bleef ik dan staan tot ik de grond weer onder mijn voeten voelde. Daarna kon ik pas weglopen.
Later op de middelbare school plopte die bubbel waar ik al die jaren in had gezeten. Hoewel ik zelf naar de huishoudschool had gewild, moest ik naar de St.PaulusMAVO. Ik wilde niet gaan studeren, ik wilde niet van alles leren waar ik niks aan had. Het húishouden wilde ik leren! Ik wilde trouwen en kinderen krijgen later, daar had ik de huishoudschool voor nodig. Uiteindelijk was ik blij met de keuze van mijn ouders omdat ik naar een katholieke school ging. Er werd godsdienst gegeven, er werd zelfs in sommige lessen nog gebeden, als opening van het schooljaar was er elk jaar een openluchtviering in de openluchtkerk, met feestdagen werd er iets georganiseerd op school, etc. Ik voelde aan de leraren dat zij ook christen waren en ik voelde me veilig, ondanks dat het pesten gewoon doorging. Ik had maar weinig vrienden en die hebben ervoor gezorgd dat ik toch veel leuke herinneringen heb overgehouden aan mijn puberteit. Ik ben niet altijd braaf geweest, want ik begon me ook af te zetten tegen mijn ouders, werd opstandig en raakte vreselijk in de war. Ik heb veel dingen gedaan waarvan ik echt spijt heb. Voor een groot deel heb ik al geprobeerd om die dingen recht te zetten, maar ik ben er nog niet klaar mee. Ik ben nog wel even bezig om mijn gemaakte puberrotzooi op te ruimen, temeer omdat sommige mensen van vroeger zo moeilijk te traceren zijn. Ze lijken wel van de aardbodem verdwenen. Ik ben dan ook heel blij met het bestaan van Facebook. Daar duikt zo nu en dan een oude bekende op. Iemand met wie ik heel graag in het reine wil komen. Sommige mensen vinden het geweldig om weer contact met me te hebben, anderen vinden me maar een ‘rare’ of willen niks met me te maken hebben. De meesten hebben een heel ander verhaal over het gebeurde dan ik zelf heb en bovendien ook nog een heel eigen verhaal daarbovenop. Ik ben echt dankbaar dat die mensen hun diepste roerselen met mij willen delen.
Soms vind ik oude vriendinnen terug, waarvan later blijkt dat ze me “zoveel” veranderd vinden. Dat vind ik helemaal niet, dat herken ik niet. Ik heb zelfs een vriendin van de kleuterschool, die alle tijd tot ik uit Vlissingen vertrok mijn vriendinnetje is geweest. Daarna is ze gaan studeren en ben ik haar uit ’t oog verloren. Ik trouwde, kreeg kinderen en een heel ander en eigen leven. Net als zij haar eigen leven kreeg. Toen ik haar destijds via Hyves terugvond, was ik dan ook oprecht blij dat we weer contact hadden. Tot ze opeens zei dat ze er geen behoefte aan had om me weer te zien omdat ik zoveel was veranderd. Op de vraag wat ze bedoelde heb ik nooit antwoord gekregen. Ik heb deze opmerking van meer mensen gekregen, maar die van haar heeft het meeste impact gehad. Anderen zijn wel duidelijk wat ze bedoelen: “Dat ik zo heilig/gelovig/… zou zijn opeens.”
Ik vind eigenlijk zelf niet dat ik zoveel veranderd ben. Ja, ik ben volwassen geworden. Ik kan mezelf uiten. Ik kan mijn eigen omgeving beïnvloeden. Ik kan mijn eigen keuzes maken. Ik kan zoveel meer dan ik vroeger kon. Maar ik geniet nog steeds van het leven en ik geniet van alle kleine en grote cadeautjes die het leven mij bieden, net zoals vroeger. Ik vind het nog steeds heerlijk dat God een groot deel van mijn leven uitmaakt. Ik vind nog steeds heerlijk om aan mijn Vaders grote hand te lopen, met snelle passen omdat Hij eigenlijk te snel gaat voor me, maar ik wil er niks van missen. En wat voel ik me gelukkig als Hij me optilt als ik het zo zwaar heb dat ik denk niet meer verder te kunnen. Als alles om me heen donker wordt en ik voel Zijn aanwezigheid als een warme geruststellende en troostende deken om me heen.

Wat mij betreft is er helemaal NIETS veranderd en ben ik in mijn hele wezen nog steeds diezelfde persoon die zij vroeger hebben leren kennen, alleen kunnen anderen niet meer ontkennen wat zij zien. En dát is wel veranderd!

dinsdag 3 april 2012

Surreëel 3

14 Maart 2009

We zijn al vroeg wakker. Slecht geslapen, heftig gedroomd en steeds maar weer dingen die door mijn hoofd blijven malen. Mijn broer is al online. Ik besluit om ook online. Samen chatten we nog wat na. Hij heeft mijn zus ook al heel vroeg aan de telefoon gehad. Allebei hetzelfde probleem. Slecht geslapen.
Ik heb nergens zin in, maar dwing mezelf om toch te douchen en aan te kleden. Vanmiddag hebben we kindercatechese met onze communicantjes. Ik betrap me erop dat ik steeds maar weer tegen mezelf zeg: “Een beetje afleiding zal je goed doen.” En ja, als ik in het parochiecentrum aankom staan de pastoor en de dirigente ons al op te wachten. De pastoor condoleert ons en vraagt ons hoe het gaat. We kunnen even vertellen en even wat stoom van de ketel laten gaan. Maar we moeten ook nog wat voorbereiden. De kinderen en ouders druppelen binnen en mijn man neemt meteen de touwtjes in handen. Professioneel worden ze naar binnen geleid en als de groep compleet is gaan we beginnen. De kinderen zijn ontzettend lief, maar ik voel dat ik niet mezelf ben. Alsof ik eerst door een dikke muur tempex heen moet om te kunnen communiceren. Mijn zintuigen werken vertraagd en maar voor de helft lijkt het wel.
Later die middag gaan mijn man en No1 naar de bioscoop. Ik ga met de meiden naar de buren. Daar kan ik weer van me afpraten. Ik had nooit van mezelf kunnen denken dat ik een verhaal zo vaak kon vertellen en dan nog de behoefte zou voelen om het nóg eens te doen. Bij een glaasje wijn nemen de gesprekken een ander onderwerp aan. We praten over van alles en nog wat, zoals vroeger. De kinderen spelen met allerlei spelletjes uit de kast die ik nog niet kende en rollen daarbij opvallend veel over de grond. Ik geloof dat ze nu écht Jip en Janneke zijn geworden.
Als ik die nacht in bed lig voel ik me wat meer ontspannen. En mijn maag laat ook de spanning los, waardoor hij weer begint te draaien. Misselijk zit ik rechtop in mijn bed en op het toilet met een emmer naast me. Gelukkig hoef ik niet over te geven.

Surreëel 2

13 maart 2009

Donderdag moest groep 8 van onze school een wedstrijd dansen, nota bene van de Nederlandse Hartstichting(!) Ze gingen erheen met het gevoel dat ze niet zouden winnen, maar wel een hele leuke dag zouden hebben, een soort van schoolreisje. En wat we niet verwachtten gebeurde toch. Ze werden 1ste! Nou, je snapt wel dat iedereen inclusief ik, in jubelstemming was. Raar hoor, want zodra je lacht voel je je schuldig.
‘sAvonds toch al wat in voorbereiding op vrijdag, want dan zouden we Dito voorgoed vaarwel zeggen. Slecht geslapen, natuurlijk. Een hoop gewoel en heftig gedroomd. Maar vol goede moed gaan we aan de ochtend beginnen. Boterhammen gesmeerd en tassen ingepakt, jassen aan, want deze ochtend zou iedereen, behalve No1, nog even naar school gaan. Met de voordeur in de hand horen we de telefoon. Mijn man neemt hem op, loopt weg uit de kamer, en zegt oh, nee toch mam, oh nee, niet nog eens… Ik weet meteen dat er nog iemand is gestorven en ik denk aan mijn vader. Als mijn man de telefoon ophangt zorgt ie dat ie me eerst heel goed vast houdt, voordat hij zegt: “Rene heeft vannacht een hartstilstand gehad, hij is ook gestorven”. Gelukkig had hij me zo goed vast, want de grond zakt onder me weg en ik voel mezelf vallen, dieper en dieper. En ik kan alleen nog maar heel hard huilen. Er wordt meteen naar school gebeld. Mijn man gaat werken en No2 besluit om ook naar school te gaan. No1 en No3 blijven bij mij.
Ik kan het niet geloven. Hoe is dat mogelijk. Allerlei vragen draaien als een grote draaimolen door mijn hoofd. En tegelijk voel ik mijn eigen vergankelijkheid en die van  iedereen om me heen. Mijn hart doet letterlijk pijn en ik denk: “blijven kloppen, blijven kloppen…”
Als ik weer een beetje bijkom van de dreun, besluit ik om een life-line uit te gooien. Ik stuur een sms-je naar al mijn vriendinnen. Meteen krijg ik al een sms-je terug met heel veel knuffels. De telefoon gaat: “Wil je dat ik nu meteen kom?”.  “Ja”  kan ik nog net snikken. Binnen 5 minuten staat ze op de stoep. Ik begin weer te huilen als ik haar vastpak. De deurbel gaat weer, nog een vriendin. Ze moet werken, maar komt nog wel even een knuffel geven. Ik kan ook even mijn verhaal vertellen. Ze gaat weer. Er volgen nog wat smsjes en er komt nog een vriendin. Weer kan ik heel veel vertellen. Als de meiden zien dat ik weer alleen kan zijn, gaan ze weer. De buuv’ neemt No3 nog even mee uit huis, zodat ze even wat anders heeft dan de zorg voor mij.
Ik ben even alleen. No1 is wel thuis, maar die is van schik achter zijn computer gekropen en probeert een spel te spelen. Wezenloos kruip ik ook achter de computer. Ik kijk op Hyves en zie de foto’s van Rene. Ik zie zijn vrienden, waaronder een nicht. Zij komt ook naar de begrafenis van Dito en kent Rene ook heel goed. Ik besluit haar te bellen en zeg dat ze beter even gaat zitten. Aan de andere kant van de lijn komt de klap hard aan. Een paar minuten later zie ik al een berichtje van haar op Rene’s Hyves staan. Ik besluit onder de douche te stappen. Ik stink na deze ochtend. Ik neem de tijd, alsof alles in slow-motion gaat. Ik droog me af en kleed me aan. Wel crème op mijn gezicht, geen make-up. Mijn man komt thuis. Het was voor hem ook een rare ochtend geweest. Hij heeft zijn verdriet met de klas gedeeld en daarna heel groep 8 weer in jubelstemming gekregen. Wat heb ik een bewondering voor hem! Als we alles in de auto hebben gegooid, rijden we aan. Stilte. We zeggen niks. De cd van Aïda staat op. Als we op de snelweg rijden beginnen we mee te zingen, maar bij het lied nummer 16 breek ik weer.  Gelukkig voel ik me weer sterk als ik bij het crematorium aankom. Ik begroet alle mensen die ik ken, inclusief de mensen die ik net een paar dagen ken -hoe stom ook- door de dood van Dito. Bijna achteraan zie ik papa en mama. Al knuffelend en huilend en troostend probeer ik me een weg naar achter te banen. Daar blijf ik bij mijn ouders, broers en zus staan. We hebben het even over Rene en zijn ouders en natuurlijk over zijn vrouw. Het voelt wel machteloos dat we nu niks kunnen doen. Na een hele lange tijd mogen we in de aula naar binnen. We zoeken een plekje en blijven met de broers en zussen bij elkaar met onze kinderen. Alleen No3 gaat helemaal vooraan zitten bij oma en opa en de dochter van Dito. Natuurlijk is het afscheid ontzettend passievol. Precies zoals Dito was. Een van zijn vrienden speelt gitaar en zingt daarbij. Een aantal andere vrienden vertellen wat over hun band met Dito. Een nicht heeft ook een gedicht gemaakt: “zo lief, ja…” en de kleine dochter heeft ook een mooi gedicht voor haar vader gemaakt.
Aan het eind mag iedereen voor een laatste groet langs de kist lopen. Mijn benen willen niet meer, maar ik dwing mijn voeten te lopen. Mijn knieën knikken. Ik kan niet praten, maar in mijn hoofd zeg ik bij de kist: “Dag lief  broertje, bedankt voor alles…” en dan loop ik door. No3 komt huilend naar me toe en stort zich in mijn armen. Achter me voel ik No2 ook in mijn armen kruipen. In de gang staan we even in elkaars armen te huilen. “Koffie?” “Nee, nu even niet, dank je wel.”  Ik loop door en zie weer familie, nog meer neven en nichten. Ik besluit aan te schuiven bij een neef die ik echt al heel lang niet gesproken heb. Hij heeft 2 zonen bij zich en ik stel mijn kinderen voor aan zijn kinderen. Later spreek ik nog meer neven en nichten. We besluiten gezamenlijk dat we elkaar veel vaker zouden moeten zien en in het kader van het 50 jarig verblijf in Nederland, van onze moeders, moeten we maar weer eens een reünie organiseren. Vooral voor onze kinderen is het belangrijk dat ze elkaar met regelmaat zien, al is dat maar 1 keer per jaar. Raar dat er op zoiets droevigs ook zoiets hoopvols volgt. [overigens is er nu, na 3 jaar nog steeds niets georganiseerd...]
Als we naar huis gaan staan we nog even met papa, mama, broers en zussen met de kinderen op de parkeerplaats, we nemen al afscheid tot 1 van ons zegt dat wij naar de Mc.Donalds gaan. Mijn zus springt meteen mee in dat idee en de kinderen beginnen te juichen. Er is geen weg meer terug en degenen die nog twijfelen of tegensputteren hebben geen keus meer. We gaan nog even met zijn allen naar de “Mac.” Daar praten we onder het eten nog even na over de uitvaart. Wie was nou wie en wat zijn nou precies de onderlinge relaties. Over 1 ding zijn we het allemaal eens. Het was een heel mooi afscheid. Doordrenkt met Spaans temperament. Erg indrukwekend. Vooral de grote opkomst was een grote troost voor ons.
Als we ‘savonds thuis komen trekken we onze kleren uit. Ze gaan aan een hanger om te luchten. Over een paar dagen hebben we ze weer nodig. Als No3 voor de tv op mij komt liggen begint ze weer te huilen. Ze houd me stevig vast en snikt “Ik wil niet dat jij ook dood gaat mama!” Ik kan haar niks beloven, alleen dat ik er alles aan zal doen om dat niet te laten gebeuren.

Surreëel 1

6 maart/11 maart 2009

6 Maart was ik jarig. Ik werd 40, dus dat moest groot gevierd worden. Ik heb het op school gevierd en ben zaterdag met vriendinnen uit geweest. Zondags kwamen beide opa’s en oma’s voor mijn verjaardag. Gezellig, totdat mama tegen me zei dat Dito gestorven was. Zijn hart wilde niet meer. Dat was wel even een klap zeg. Ik weet vanaf dat moment ook niet meer precies wat ik gedaan heb of afgesproken.
De rest van de week was ontzettend raar. Ik probeerde om niet in de automatische piloot te gaan, maar ik betrapte me erop dat er gaten vielen in mijn geheugen. Vroeg me bijvoorbeeld af hoe ik op school was gekomen. Gelukkig kon ik me op school  nog wel concentreren en zo wat afleiding vinden. Tegelijk krijg ik contact met de moeder Dito's dochtertje, die een oude bekende blijkt te zijn. Het contact is heel puur en eerlijk en tegelijk heel vertrouwd. Ik ben blij als ik kan helpen door een mooie foto van Dito door te mailen. Dat zoiets simpels zoveel troost kan geven.

Ik zie hem nog gaan


Ik zie hem nog gaan op dat karretje. Hij aan het stuur, zijn vriendje erachteraan. “Taatuu-Taatuu” Daar kwamen ze uit de brandgang met een emmer water uit de sloot. Een eindje verderop werd dat emmertje leeg gegooid en dan “Taatuu-Taatuu” daar kwamen ze rennend en heftig overleggend wat er was gebeurd en wat ze nu moesten doen weer terug, de brandgang in om de emmer weer te vullen. Zo ging dat hele dagen, als het maar een beetje weer was. En als de sloot droog was haalden ze water uit de kraan. En als dat niet meer mocht was het spel uit.

Of op het schoolplein. Dan hoorde ik ineens René’s stem gillend boven andere kinderen uit, als hij weer eens gepest werd: “Pas op hoor, want ik roep mijn grote nicht erbij en die kan judo!” Dan vloog hij snel achter me en ik maakte me dan groot, en imposant. De pestkoppen dropen dan gauw genoeg af. Ik heb hem wat keren moeten beschermen en maakte me dan ook ernstig zorgen om hem toen ik naar de MAVO ging.

Daarna heb ik Rene jaren niet gezien, wel van gehoord natuurlijk. Tot ik in Vlissingen was en Rene even aan kwam waaien. Mijn zus zei dat hij buiten stond te wachten op mij. Met stomheid geslagen was ik, toen ik zag wat een imposante kerel mijn neefje was geworden. Met mond open en ogen zo groot als schoteltjes keek ik hem aan. “Hoi Mea!” zei hij, terwijl hij bijna van zijn fiets viel van het lachen om mijn reactie. Ik kon niks anders dan verbaasd reageren “Hè?? Ben jij dat écht? Reneetje? Nouuuww jaaaaahh zeg! Je bent gegroeid!” Daarna hebben we wel lekker bij kunnen praten. We hebben ook meteen afgesproken dat Rene eens zou komen vertellen bij No1 op school. En daar heeft hij zich ook aan gehouden.

Tussendoor hebben we geprobeerd zoveel mogelijk contact met elkaar te houden. De laatste keer was op het feest van ons pa en ma. En natuurlijk via Hyves.

Mijn kleine neefje. Hij is niet dood, hij leeft in mijn hart en in de harten van heel veel andere mensen. Bedankt Rene, dat je was wie je was en die je voor ons altijd zal blijven. Goeie reis en tot later!

XXX
Je kleine nichtje

Hoe papa rijk werd


24-06-2005


We hebben het een hele poos financieëel heel moeilijk gehad en ik kon zelfs geen cadeau kopen voor mijn man's verjaardag. Daarom moesten we creatief zijn en in plaats van een cadeau te kopen heb ik in 2005 een verhaal met moraal geschreven.


Er was eens een papa in een klein dorpje in het midden van Brabant. Hij had een druk leventje, want hij moest elke dag hard werken voor zijn 3 juweeltjes van kinderen, en zijn lieve vrouwtje.
Papa wilde dat zijn vrouw en kinderen niks tekort zouden komen, daarom ging hij nog meer werken.
Maar het was nog niet genoeg dat er al 6 computers in huis stonden en een grote auto voor de deur. Papa wilde ook nog een zwembad in de tuin. En daarom zocht hij nog een baantje voor in de avonden. Altijd was papa aan het werk. `sMorgens stond hij vroeg op, ging dan werken, kwam voor het diner een half uurtje thuis en ging dan door naar zijn volgende job. Papa werkte altijd, zelfs in de weekenden.
Je kan je voorstellen hoe het geld binnen stroomde!
Het hele gezin verhuisde naar een grote villa net buiten het dorp. De tuin was enorm en er zat zelfs een zwembad in. En elke ochtend stond papa vroeg op en elke avond kwam papa pas heel laat thuis. Dan was hij zo moe dat hij meteen naar bed ging.
Op een avond heel - heel laat, kon papa de slaap maar niet vatten. In het grote hemelbed lag hij naast zijn vrouw, die hij niet meer kende. Hij stond op en liep naar de slaapkamer in de west  vleugel. Daar sliep zijn zoon. Hij was gegroeid, bijna een jongeman. Wanneer was dat gebeurd? Papa had het niet gezien. De laatste keer was het nog een jongen en speelden ze elke dag samen.
Toen hij in de noord vleugel bij zijn oudste dochter ging kijken, zag hij daar een mooie meid. Dit was ook geen kind meer. Papa schok zo erg, dat hij snel naar de zuidvleugel rende. Daar sliep de baby. Hij gooide de deur open en zag dat de baby ook geen baby meer was. Het was een kind van een jaar of 7. Ze had prachtig blond haar en haar kamer stond vol met Barbie spullen en er hingen verkleedkleren aan de muur. Papa zuchtte 2 keer eens heel diep en keerde verdrietig terug naar de oost vleugel. Zijn vrouw was inmiddels wakker geworden en zat rechtop in bed. “Wat is er?” vroeg ze hem. Papa legde uit dat hij verdriet en spijt had. Hij kende zijn eigen vrouw niet meer en zijn kinderen waren bijna volwassen. Hij had het niet zien gebeuren, en nu was het te laat.
Zijn vrouw die al dikwijls had gezegd dat ze al die dingen niet perse hoefde en hem dikwijls had gevraagd minder te werken, omarmde hem. Ze zei dat er nog een kind was. Als hij nu eens zijn oude baan als schoolmeester terug nam en ze dit huis verkochten, zou hij zoveel tijd over hebben dat hij elke dag bij de kinderen kon zijn en ze met school kon helpen. Hij kon zijn jongste dochter zien opgroeien. De verloren tijd kon hij niet inhalen, maar ze hadden tenminste hun toekomst. De volgende dag stond er al een bord in de tuin en had papa ontslag genomen. Mama zocht een leuk huurhuis midden in een gezellige wijk. Een maand later verhuisden ze.
Eindelijk hadden de mama en de kinderen de papa die ze wensten. Een gewone papa die vaak thuis was en die dingen met je deed. Die naar je luisterde als jij vertelde. Die in de vakanties mee ging op avontuur. De kinderen waren gek op hun papa en ook reuze trots. Want hij was nu van hún. Hij was hún papa!
En zijn vrouw? Die was blij dat ze het ingewikkelde en eenzame leventje achter zich had kunnen laten. Ze had haar partner terug en hield nog meer van hem dan ze ooit had gedaan.
En papa, hij was de gelukkigste papa. Hij voelde al die liefde en ervoer die dag en nacht. Nu was hij pas de rijkste papa op de hele wereld!


Einde.

Een moment uit mijn leven als moeder

27-09-2005

Daar zit ik dan met 3 meiden tegenover mij, in het midden mijn dochter No2 van 6 en naast haar aan weerszijden haar vriendinnetjes Z. en C. Mijn zoon No1 van 8 naast mij aan de linkerkant en aan de kop van de tafel zit mijn babydochter, die ik zo af en toe een stukje brood of een lepeltje fruitpap in de mond stop.
De meiden zijn enthousiast aan het kletsen over wat ze allemaal gaan doen, terwijl ze lekker van hun boterhammetjes zitten te peuzelen. Na enige tijd dringt het tot me door dat ze boven op No2’s kamer willen spelen. Ik maak gelijk duidelijk dat dat mooi niet doorgaat, want ze heeft al een paar dagen een enorme rotzooi op haar kamer liggen. Ze moet het eigenlijk wel opruimen van ons, maar hebben even geen energie om er goed achteraan te zitten. Daarom mag ze geen vriendinnetjes mee naar boven meenemen. De meiden reageren alledrie teleurgesteld, want dat is toch eigenlijk wel het leukste wat ze konden doen. Lekker boven spelen met de barbies en andere poppen, zonder de bemoeienis van een volwassene. En ze hadden ook met de poppenkast willen spelen en die stond nou net op No2's kamer! Of ik hem dan naar beneden kan halen… Nog geen haar op mijn hoofd! Ik heb nog veel last van mijn bekkeninstabiliteit, dus met grote of zware dingen op de trap… Daar wil ik nog niet aan denken.
Opeens staat No1 op en No2 volgt hem met argusogen. No1 schiet naar boven en No2 wordt al een beetje boos. “Ja mam! Nu gaat hij zeker de poppen van de poppenkast halen en op zijn kamer verstoppen!” Ik reageer maar een beetje sussend en zeg dat het allemaal wel mee zal vallen. En dat No1 het wel van mij zal horen als dat het geval zou zijn. Dan keert de rust weer terug aan tafel.
Een kwartier later staat No1 opeens weer in de kamer, trots, zijn borst vooruit en een geheimzinnig lachje om zijn mond. “Kom maar, meiden, jullie kunnen boven spelen!” Ik val achterover in mijn stoel van verbazing. Ergens voel ik ook wel trots, maar het gevoel van verbaast te zijn overheerst enorm.  Ik wist wel dat hij erg zorgzaam was, maar hier verrast hij mij toch mee. De meisjes zijn erg blij natuurlijk, No1 heeft de kamer opgeruimd en nu kunnen ze toch hun plannen waarmaken en met alles spelen waar ze het zojuist nog over hadden. Snel gaan ze naar boven als iedereen zijn thee op heeft onder druk gebabbel.
En terwijl ik nog wat zit bij te komen wordt het gevoel van trots sterker. Ik ben echt trots op mijn zoon. Wat is hij toch lief! Niet te geloven, het was er zo’n bende, dat je bij wijze van spreken je nek zou breken als je die kamer alleen al zou willen betreden! (Mijn dochter heeft duidelijk mijn genen. Mijn broer heeft ooit een briefje op mijn slaapkamerdeur gehangen met de tekst: ‘alleen betreden met bergschoenen en touwen’. Dat zegt genoeg). En nu heeft hij al die rommel opgeruimd!
Boven zijn de kinderen ondertussen onder No1 zijn leiding aangevallen op het overwegend roze speelgoed. Even later komt hij terug en ploft op de bank neer. Hakkelend vraag ik hem waarom hij nou die kamer heeft opgeruimd. Hij antwoordt dat hij het gewoon leuk vond zodat de meiden op die kamer konden gaan spelen. Ik vertel hem dat ik zo trots op hem ben en dat het reuzelief is dat hij dat gedaan heeft, maar ook dat hij dat helemaal niet had hoeven doen. Met een glimlach antwoordt hij dat hij het echt gewoon wilde doen. Hij is zooo lief! “Oeps,” zegt hij, “ik moet allang naar school toe!” Ik kijk op de klok. Het is 5 over 1. Normaal gaat hij om 1 uur al weg, zodat hij zijn vriendje G. nog kan ophalen. Daar is hij nu te laat voor, hij is nog lang niet te laat voor school. No1 gaat snel zijn jas aandoen en komt dan naar mij toe. “Dag mam, tot vanmiddag!” Met een dikke kus op mijn wang maakt hij duidelijk dat hij weg wil gaan. “Dag lieverd” zeg ik terwijl ik hem trots nakijk. Wederom tot mijn verbazing gaat hij op de eerste trede van de trap staan in plaats van dat hij de deur uitgaat. Ik hoor hem roepen “Dag No2, dag Z., dag C.!”. Ik zwel op van trots, maar hoor geen antwoord van boven. Ik vind het zo sneu dat ik hem even kom helpen. Ik roep No2 boven om even stil te zijn. Dan roept No1 nogmaals: “Dag No2, dag Z., dag C.!” De andere meisjes zijn het kennelijk niet gewend, maar No2 roept terug: “Dag No1, tot vanmiddag!” En dan gaat No1 tevreden de deur uit. Ik kan hem nog net in zijn kraag pakken om hem een flinke te knuffel te geven. En terwijl we bij de deur staan te knuffelen zegt hij tegen me op een vaderlijk bezorgde toon: “Let jij een beetje op dat ze niet al te veel troep maken?” Tranen vullen mijn ogen als ik hem fluisterend verzeker dat ik wel op die meiden zal letten en dat ik heel veel van hem hou. Dan gaat hij echt weg. Daar loopt hij het tuinpad af. Ik kijk hem na. 8 Jaar nog maar en toch al zo groot!
Wat een schat! Ik hou echt heel veel van mijn zoon. Hij verdient een ereplaatsje!

Kinderliedjes

Ik prijs me gelukkig dat ik al deze liedjes opgeschreven en bewaard heb in de loop van de kleine-kinderjaren van mijn kinderen. Ik zing ze nog allemaal zo weg! Dus, gewoon voor de leuk, schrijf ik ze hier neer.

=

Eén, twee, drie, vier
Hoedje van, hoedje van
Eén, twee, drie, vier
Hoedje van papier
Als ’t hoedje niet meer past
Zet je ’m in een glazen kast
Eén, twee, drie, vier
Hoedje van papier.

=

Schuitje varen,
Theetje drinken
Varen we naar de overkant
Drinken we zoete melk met room
Zoete melk met brokken
Kindje mag niet jokken
Poesje zit in ’t zonnetje
Te kijken door de ruiten
Poesje lief wat zie je toch
Wat zie je toch daar buiten
Ik zie kindertjes op de straat
‘k zie ze al dansen
Al op de maat

=

Klap eens in de handjes
Blij, blij, blij
Op je boze bolletje, Allebei
Handjes in de hoogte
Handjes in de zij
Zo varen de scheepjes voorbij
Zo varen de scheepjes voorbij

= 

Dit zijn mijn wangetjes
Dit is mijn kin
Dit is mijn mondje
Met tandjes erin
Dit zijn mijn oogjes
Mijn oortjes
Mijn haar
Nu nog mijn neusje
En dan ben ik klaar

= 

Hoofd, schouders, knie en teen
Knie en teen
Hoofd, schouders, knie en teen
Knie en teen
Oren, ogen,
Puntje van mijn neus
Hoofd, schouders, knie en teen
Knie en teen

=

Met de vingertjes, met de vingertjes
Met de platte, platte, platte, platte handjes
Met de vuistjes, met de vuistjes
Met de elleboogjes,…. POEF!

= 

Poesje mauw
Kom eens gauw
Ik heb lekkere melk voor jou
En voor mij
Rijstebrij
Oh wat heerlijk smullen wij

=

Hondje blaf
Waf, waf, waf
Blijf eens van mijn lekkers af
Aardig dier
Kom eens hier
Samen maken wij plezier
Ei, ei, ei
We zijn zo blij
Want …(naam) die is jarig
En dat vieren wij
Ei, ei!

=

Op een heel smal bruggetje
Liep een krokodilletje
Ieder die hij tegen kwam
Beet hij in zijn billetje
Stoute, stoute krokodil
Bijt jij zomaar in mijn bil?
Zal ik de politie halen?
Dan moet jij mijn billetje betalen!

=

In de maneschijn
In de maneschijn
Klom ik op een ladder
Door het raamkozijn
Maar je raad het niet
Maar je raad het niet
Zo doet een vogel
En zo doet een vis
Zo doet een duizendpoot
Die schoenenpoetser is
En dat is één
En dat is twee
En dat is dikke, dikke
Dikke tante Kee
En dat is recht
En dat is krom
En zo draaien wij
Het wieltje nog een om
Rom, bom

= 

Hop, hop, hop
…(naam) in galop
…(naam) op een hobbelpaardje
Hop, hop, hop

=

Jan Huijgen in de ton
Met een hoepeltje erom
Jan Huijgen, Jan huijgen
En de ton die viel in duigen.

= 

Visje, visje in het water
Visje, visje in de kom
Visje, visje kan niet praten
Visje, visje keer je om

=

Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Ze zegt dat ik niet dansen kan
Ik kan dansen als een edelman
En dat is één, dat is twee
Dat is drie, dat is vier
Dat is vijf, dat is zes
En dat is zee-hee-ven
Op een grote paddestoel
Rood met witte stippen
Zat kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
Krak! Zei toen de paddestoel
Met een diepe zucht
Allebei zijn beentjes
Hoepla! In de lucht

Maar kabouter Spillebeen
Wilde weer gaan wippen
Zocht een ander stoeltje uit
Rood met witte stippen
Daar kwam vader Langbeen aan
En die riep toen luid:
Moet dat stoeltje ook kapot?
Spillebeen, schei uit!

= 

Klein rood autootje
Waar ga jij nou naartoe?
Naar alle zoete kindertjes
En naar het koetje BOE!
En de handjes gaan van
Klap-klap-klap
En de voetjes gaan van
Stap-stap-stap
Klein rood autootje
Waar ga jij nou naartoe?

= 

In een vliegmachien,
in een vliegmachien
kun je alle hoge bergen zien
als we vliegen over land en zee
als je wilt dan mag je ook eens mee
naar omhoog
in de lucht
als een vogel in zijn vlucht

=

Er was er eens een brievenbus
Die op een pleintje stond
Een mooie rooie brievenbus
Hij had een open mond
Daar gingen alle brieven in
De hele dag maar door
En nu en dan kwam er een man
Van ’t grote postkantoor
Die haalde dan de brieven
Uit de brievenbus zijn buik
En deed ze in een grote, grote zak
O- jongens ’t ging zo puik

Maar gist’ren zei de brievenbus
Nou doe ik het niet meer
Ik heb er schoon genoeg van
Leg die brieven daar maar neer
Hij deed zijn mond dicht met een klap
En deed hem niet meer open
En alle mensen kwamen daar
Met brieven aangelopen
Ze riepen de bus is dich
Hoe kan dat nou, ze hé
Doe nou je mond een open brievenbus
Maar de brievenbus zei: Nee!

Toen kwam de directeur,
De directeur van ’t postkantoor
Die kwam daar met een hamer
En een beitel en een boor
Maar wat hij ook probeerde
’t Hielp allemaal geen steek
De brievenbus bleef dicht en werd alleen een beetje bleek

Maar toen kwam kleine Peter
Die zei: Oh alsjeblieft
Doe nou je mond een open brievenbus
Want ik heb zo’n mooie brief
En als je ’t dan voor mij niet doet
Dan voor deze dame

En toen begon de brievenbus
Zich vreselijk te schamen
Hij werd nog roder dan hij was
En riep pardon pardon
Hij deed zijn mond wijd open zeg
Zo wijd als hij maar kon

En alle mensen dansten om hem heen
En alle mensen zeiden
Je bent de allerbeste brievenbus
Van heel de posterij-ij-en.

=

We zaten met een zucht
Daarboven in de lucht
We zaten zo gezellig in een schui-hui-tje
En niemand kon ons zien
We hadden pret voor tien
Lang leve de zappelî-hî-hî-hin

=

De wielen van de bus
gaan rond en rond
rond en rond
rond en rond
de wielen van de bus
gaan rond en rond
heel de dag
Daar komt een muisje aangekropen
En in …(naam)’s nekje gelopen!

=

Twee handjes op de tafel
Twee handjes in de zij
Twee handjes op je schoudertjes
Op je hoofdje allebei
Nu maken we twee vuistjes
En weet je ook waarom?
Daar gaan we dan mee trommelen
Van je rommel-de-bommel-de-bom
De duimpjes zijn het dikste
De pinkjes zijn maar klein
Nu moeten alle handjes
Op de ruggetjes zijn
Waar zijn ze nou gebleven?
Ik zie geen handjes meer!
Waar zijn ze nou gebleven?
Ha ha! Daar zijn ze weer!
Vijf vingertjes hier
En vijf vingertjes daar
Dat zijn de handjes bij elkaar!