dinsdag 3 april 2012

Een moment uit mijn leven als moeder

27-09-2005

Daar zit ik dan met 3 meiden tegenover mij, in het midden mijn dochter No2 van 6 en naast haar aan weerszijden haar vriendinnetjes Z. en C. Mijn zoon No1 van 8 naast mij aan de linkerkant en aan de kop van de tafel zit mijn babydochter, die ik zo af en toe een stukje brood of een lepeltje fruitpap in de mond stop.
De meiden zijn enthousiast aan het kletsen over wat ze allemaal gaan doen, terwijl ze lekker van hun boterhammetjes zitten te peuzelen. Na enige tijd dringt het tot me door dat ze boven op No2’s kamer willen spelen. Ik maak gelijk duidelijk dat dat mooi niet doorgaat, want ze heeft al een paar dagen een enorme rotzooi op haar kamer liggen. Ze moet het eigenlijk wel opruimen van ons, maar hebben even geen energie om er goed achteraan te zitten. Daarom mag ze geen vriendinnetjes mee naar boven meenemen. De meiden reageren alledrie teleurgesteld, want dat is toch eigenlijk wel het leukste wat ze konden doen. Lekker boven spelen met de barbies en andere poppen, zonder de bemoeienis van een volwassene. En ze hadden ook met de poppenkast willen spelen en die stond nou net op No2's kamer! Of ik hem dan naar beneden kan halen… Nog geen haar op mijn hoofd! Ik heb nog veel last van mijn bekkeninstabiliteit, dus met grote of zware dingen op de trap… Daar wil ik nog niet aan denken.
Opeens staat No1 op en No2 volgt hem met argusogen. No1 schiet naar boven en No2 wordt al een beetje boos. “Ja mam! Nu gaat hij zeker de poppen van de poppenkast halen en op zijn kamer verstoppen!” Ik reageer maar een beetje sussend en zeg dat het allemaal wel mee zal vallen. En dat No1 het wel van mij zal horen als dat het geval zou zijn. Dan keert de rust weer terug aan tafel.
Een kwartier later staat No1 opeens weer in de kamer, trots, zijn borst vooruit en een geheimzinnig lachje om zijn mond. “Kom maar, meiden, jullie kunnen boven spelen!” Ik val achterover in mijn stoel van verbazing. Ergens voel ik ook wel trots, maar het gevoel van verbaast te zijn overheerst enorm.  Ik wist wel dat hij erg zorgzaam was, maar hier verrast hij mij toch mee. De meisjes zijn erg blij natuurlijk, No1 heeft de kamer opgeruimd en nu kunnen ze toch hun plannen waarmaken en met alles spelen waar ze het zojuist nog over hadden. Snel gaan ze naar boven als iedereen zijn thee op heeft onder druk gebabbel.
En terwijl ik nog wat zit bij te komen wordt het gevoel van trots sterker. Ik ben echt trots op mijn zoon. Wat is hij toch lief! Niet te geloven, het was er zo’n bende, dat je bij wijze van spreken je nek zou breken als je die kamer alleen al zou willen betreden! (Mijn dochter heeft duidelijk mijn genen. Mijn broer heeft ooit een briefje op mijn slaapkamerdeur gehangen met de tekst: ‘alleen betreden met bergschoenen en touwen’. Dat zegt genoeg). En nu heeft hij al die rommel opgeruimd!
Boven zijn de kinderen ondertussen onder No1 zijn leiding aangevallen op het overwegend roze speelgoed. Even later komt hij terug en ploft op de bank neer. Hakkelend vraag ik hem waarom hij nou die kamer heeft opgeruimd. Hij antwoordt dat hij het gewoon leuk vond zodat de meiden op die kamer konden gaan spelen. Ik vertel hem dat ik zo trots op hem ben en dat het reuzelief is dat hij dat gedaan heeft, maar ook dat hij dat helemaal niet had hoeven doen. Met een glimlach antwoordt hij dat hij het echt gewoon wilde doen. Hij is zooo lief! “Oeps,” zegt hij, “ik moet allang naar school toe!” Ik kijk op de klok. Het is 5 over 1. Normaal gaat hij om 1 uur al weg, zodat hij zijn vriendje G. nog kan ophalen. Daar is hij nu te laat voor, hij is nog lang niet te laat voor school. No1 gaat snel zijn jas aandoen en komt dan naar mij toe. “Dag mam, tot vanmiddag!” Met een dikke kus op mijn wang maakt hij duidelijk dat hij weg wil gaan. “Dag lieverd” zeg ik terwijl ik hem trots nakijk. Wederom tot mijn verbazing gaat hij op de eerste trede van de trap staan in plaats van dat hij de deur uitgaat. Ik hoor hem roepen “Dag No2, dag Z., dag C.!”. Ik zwel op van trots, maar hoor geen antwoord van boven. Ik vind het zo sneu dat ik hem even kom helpen. Ik roep No2 boven om even stil te zijn. Dan roept No1 nogmaals: “Dag No2, dag Z., dag C.!” De andere meisjes zijn het kennelijk niet gewend, maar No2 roept terug: “Dag No1, tot vanmiddag!” En dan gaat No1 tevreden de deur uit. Ik kan hem nog net in zijn kraag pakken om hem een flinke te knuffel te geven. En terwijl we bij de deur staan te knuffelen zegt hij tegen me op een vaderlijk bezorgde toon: “Let jij een beetje op dat ze niet al te veel troep maken?” Tranen vullen mijn ogen als ik hem fluisterend verzeker dat ik wel op die meiden zal letten en dat ik heel veel van hem hou. Dan gaat hij echt weg. Daar loopt hij het tuinpad af. Ik kijk hem na. 8 Jaar nog maar en toch al zo groot!
Wat een schat! Ik hou echt heel veel van mijn zoon. Hij verdient een ereplaatsje!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten