maandag 9 januari 2017

Waarom stierf Jezus aan het kruis?

In 2015 hebben ze mijn gevraagd om te komen spreken op de Alphacursus en uit te leggen waarom Jezus moest sterven. Gelukkig had ik een paar maanden te tijd om op zoek te gaan naar een antwoord, waarna onderstaande inleiding tot stand is gekomen.


Waarom moest Jezus sterven?

Zonde!

Wat is zonde?
Je cola knoeien op een witte bank. Dat is zonde. Wij hébben echt witte banken, 3 kinderen met heel veel vriendjes en vriendinnetjes. Geloof me. De banken blijven nooit lang wit! Voordeel: het zijn banken met hoezen die in de was kunnen, op 95’graden. Maar dat terzijde.
Als je kind zijn best heeft gedaan om een heerlijke maaltijd te bereiden. Voor het eerst helemaal alleen. Maar het is niet te eten, of het is te weinig. Dat is zonde. Onze kinderen koken regelmatig voor ons. Het gaat niet altijd even goed, maar we geven ze de kans om te leren. En de liefde die erin zit is heerlijk!
Begrijp je wel wat dat woord inhoud; zonde? Zonde; Dat is niet zo bedoeld, dáár is het niet voor bedoeld, zo is het niet bedoeld. En dat kun je vóelen.

Voelen?

Vroeger had je alleen thermometers met kwik erin. Die moest je op de ouderwetse manier gebruiken, via “achteren”. Na gebruik moest hij dan weer schoon gemaakt worden. Beiden een klusje dat je liever oversloeg, maar het moest toch gebeuren. Toen ik heel klein was deed mijn moeder dat voor me. Maar toen ik iets ouder was moest ik dat zelf doen. We hadden een thermometer die mijn ouders denk ik al vanaf het begin van hun huwelijk hadden. Ik was nog maar een kind en ziek. Ik had de thermometer gebruikt en moest hem schoonmaken. Weet u nog hoe dat ging? Onder de koude kraan waste ik het ding schoon. En daarna moest ik hem “uitslaan” om het kwik weer naar de punt toe te zwaaien. Dat ging niet helemaal goed. Ik sloeg de thermometer tegen de wasbak aan en het ding brak in stukken. Het kwik belandde in de wasbak en rolde in grote druppels naar het putje in het midden. Ik probeerde de druppels nog op te vangen en terug in de thermometer te doen, maar na een poosje begreep ik dat dat niet kon. Ik heb dikke tranen gehuild. Dat was niet de bedoeling. Ik heb het pas tegen mijn moeder durven vertellen toen ze mij ernaar vroeg. Ik voelde me zo schuldig dat ik tot op de dag van vandaag nog precies weet wat er toen is gebeurd. Zo voelt zonde.
Mijn moeder was gelukkig niet boos. Wel een beetje verdrietig. Onze volgende thermometer werd een elektrische…

Die zonde-ervaring was de eerste bewuste keer dat ik het voelde. Daarna heb ik het nog vele malen gevoeld. Als kind waren het vaak onbewust bedoelde dingen. Ik weet nog dat ik met mijn zus een kussengevecht hield in de huiskamer. We sprongen daarbij van bank naar bank, naar stoel, over de salontafel, over de eetkamertafel. Als twee dolle meiden renden wij in het rond, zonder de vloer te raken. Om beurten probeerde we elkaar af te gooien met een kussen. Toen ik aan de beurt was, gooide ik een kussen recht op mijn zus haar hoofd af. Ze bukte… Een mooie glazen lamp die aan de muur hing sneuvelde. Dat was het einde van de pret. We hebben van schik alles opgeruimd en een briefje neergelegd dat we zo’n spijt hadden van het stuk maken van de lamp. En toen zijn we stilletjes naar bed gegaan. Huilend. We hebben ons nog dagen daarna ellendig gevoeld. Mijn vader en moeder hebben ons de volgende dag alleen ‘the look” gegeven, die ik tegenwoordig ook aan mijn kinderen geef als ze iets doen wat niet zo hoort, maar als ik er niet echt boos om kan worden.

Een van de laatste keren dat ik totaal onschuldig iets deed, wat ik beter niet had gedaan, was toen ik had leren duiken. Ik was echt nog klein voor mijn gevoel. Mijn zus kon nog niet duiken en ik wilde het haar leren. Daar was ik echt eerlijk en oprecht in. Ik had mijn zus op de tafel gezet. Teentjes over de rand van de tafel. Handjes op elkaar, armen gestrekt boven het hoofd. Hoofdje buigen. Door de knieën zakken. En dan afzetten! Een klein zetje van mij onder haar billen liet haar voorover duikelen van de tafel. Een moment van triomf; ze kán het! En dan spijt. Mijn zus beland op haar hoofd op de grond en blijft heel even liggen om vervolgens heel boos op mij te worden en stampvoetend naar boven te gaan. Ik durfde haar niet meer aan te kijken en ik heb me er heel lang voor geschaamd. Het speet me zo!

Toen ik wat ouder werd, ging ik ook bewuster dingen doen die niet mochten. Ik begon leugentjes te vertellen tegen mijn ouders. Ik spijbelde weleens op school. Ik ging ‘s nachts stiekem naar buiten. Ik was een tiener…. Mijn ouders hebben het niet makkelijk gehad met mij. En dat is zacht uitgedrukt. Het begon klein, maar hoe meer ik zondigde tegen de regels van mijn ouders, hoe minder ik ze aan durfde te kijken. En hoe minder ik ze aan durfde te kijken, hoe groter mijn zonden werden.

Toen ik een jaar of 18 was en volwassen werd, ben ik het huis uitgegaan en op mezelf gaan wonen. De afstand die letterlijk tussen mijn ouders en mij ontstond was voldoende om van een afstand te kunnen zien wat ik mijn ouders een verdriet had aangedaan. Hoe langer ik het huis uit was, hoe meer herinneringen er naar boven kwamen en de bijbehorende blikken van verdriet op het gezicht van mijn moeder, de teleurstelling in de ogen van mijn vader.
Na een paar weken heb ik de trein gepakt en ben naar ze toe gegaan. Ik heb mijn moeder en vader verteld hoeveel spijt ik had van alles wat ik hen had aangedaan. Ze waren nog steeds niet boos. Maar ze waren wel blij dat ik nu zelf inzag wat ik verkeerd had gedaan. En ze hebben het me vergeven. Natuurlijk. Maar, nog steeds voel ik de pijn bij de herinnering.

Nu ik zelf kinderen heb, ken ik het verhaal van mijn ouders ook van de andere kant. Samen met mijn man heb ik geprobeerd om te voorkomen dat onze kinderen verdriet zouden kennen in hun jonge leven. Maar soms kun je alleen aan de zijlijn staan en ze coachen, zodat ze er sterker van worden, en slimmer. Een pijnlijk proces waar je keer op keer doorheen moet, of je wilt of niet. Vaak hebben mijn man en ik machteloos moeten toekijken als er weer een kind verdriet had. Wat hadden wij dan graag de pijn weggenomen en het verdriet zelf gedragen voor het kind. Wat hadden we graag hun kruis willen dragen

…

Maar Jezus heeft voor ons Zijn kruis gedragen. Sterker nog: Jezus is voor ons gestorven! Niet zomaar gestorven, maar gestorven aan het kruis. Een vreselijk martelwerktuig waar alleen de grootste misdadigers aan werden gehangen. 

Waarom?

Ik vraag het aan mijn jongste dochter. “Twee woorden,” zegt ze terwijl ze één-voor-één haar vingers in de lucht steekt, “Onze, en Zonden.” Maar waarom dan? Vraag ik haar. “God vond de aarde niet meer mooi omdat de mensen zondigden en toen stuurde Hij zijn Zoon zodat die daar iets aan kon doen.”
Ze heeft het goed begrepen. God had de aarde geschapen. Het was een paradijs hier op aarde. Maar Adam en Eva hadden als eerste mensen ook als eerst gezondigd. En dat stukje DNA zit in ons allemaal.

In het verhaal van Noah lees je hoe God veel verdriet had over hoe de mensen hier op aarde leefden en besloot de aarde te ‘reinigen’ met een zondvloed. Alleen Noah en zijn gezin bleven in leven.
Maar na een heleboel jaren gingen de mensen toch weer hele lelijke dingen doen. Ze zondigden veel en heel erg. Daarom zond God zijn Zoon naar de aarde. We hebben net Zijn geboorte gevierd. Toen Jezus oud genoeg was is Hij de mensen gaan leren wie God is. Hoe ze Hem kunnen vinden, hoe ze kunnen bidden. Maar vooral hoe ze als goede mensen moeten leven, samen met God. Dit deed Hij niet alleen maar met een aantal leerlingen, die Hem overal in volgden. Die leerlingen begrepen het eerst niet, maar ze namen de dingen die Jezus hun leerde wel aan, zonder te begrijpen.

We kennen het verhaal van hoe Jezus stierf denk ik allemaal wel. In het kort: Jezus werd verraden, moest voor het Sanhedrin, de rechtbank, verschijnen, maar had geen schijn van kans. Het had allemaal zo moeten zijn. Jezus werd eerst flink gemarteld. Hij werd geslagen met vreselijke werktuigen die zijn hele huid open maakten. Hij werd in het openbaar vernederd doordat zijn kleren werden afgenomen en hij alleen in zijn onderkleed moest lopen, wat ook in die tijd al heel vernederend was. En Hij werd bespot, hij kreeg een kroon op zijn hoofd gedrukt met grote stevige doorns eraan, waarna het bloed over zijn gezicht stroomde. Toch; Jezus heeft zich geen enkel moment verzet. Het moest zo zijn en dat wist Hij. Jezus moest zijn eigen kruis de berg op dragen en daar is Hij aan het hout genageld met grote nagels (spijkers). Jezus liet het allemaal over zich heen komen en absorbeerde, zoals een spons water opneemt, alle zonden van de wereld.

Een stukje uit de Bijbel:

Marcus 15, 33-39 [33] Toen het zesde uur* aangebroken was, viel er duisternis over het hele land, tot aan het negende uur. [34] Op het negende uur riep Jezus met luide stem: ‘Eloi, Eloi, lema sabachtani?’ Dat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten? [35] Sommige omstanders die het gehoord hadden, zeiden: ‘Hoor, Hij roept Elia!’ [36] Een van hen rende weg, doopte een spons in wijn, stak die op een rietstok en wilde Hem te drinken geven. ‘Laten we eens kijken of Elia Hem eraf komt halen’, zei hij. [37] Maar Jezus had, na het slaken van een luide kreet, de geest gegeven. [38] Het voorhangsel in de tempel scheurde van boven tot beneden in tweeën. [39] Toen de centurio* die tegenover Hem stond, zag dat Hij op deze manier de geest gaf, zei hij: ‘Inderdaad, die man was de Zoon* van God.’

Daarom!

In mijn zoektocht van de afgelopen weken naar waarom Jezus voor ons moest sterven, heb ik veel gelezen en met een aantal mensen gepraat die me interessante en mooie dingen zeiden. Maar pas toen ik dit stukje tekst had gelezen vielen er puzzelstukjes in elkaar. “Toen het zesde uur was aangebroken, viel er duisternis over het hele land.” Jezus had zoveel zonden op zich genomen dat het er donker van werd. Jezus, zoon van God, maar ook zelf helemaal God. 
Voelen wij ons zelf ook niet zo, als we een zonde hebben begaan? Ik wel. Ik voel me ellendig, verdrietig, wil het liefst de hele dag in bed blijven liggen, in het donker. Ze zeggen ook weleens: “die heeft iets gedaan wat het licht niet kan verdragen” of: “hij heeft een ziel zo zwart als de nacht.” Zo voelde God zich, zo voelde Jezus zich. Al die zonden die Hij droeg op dat moment aan het kruis.
Die zonden die Hij droeg, zorgden er niet alleen voor dat Hij zich zo somber voelde, maar ook dat Hij de aanwezigheid van zijn Vader niet meer kon ervaren, terwijl zijn Vader juist heel dicht bij was. Toch voelde Jezus zich verlaten. Zijn moeder stond voor Hem. Zijn Vader was heel dichtbij en toch zegt Hij: “God, mijn God, waarom hebt U Mij in de steek gelaten?”
En dan slaakt Hij een luide kreet en geeft de geest. Jezus sterft. En met Jezus, sterven de zonden met Hem mee. Jezus sterft de dood. Letterlijk.

Conclusie

Wat moet dat een indruk gemaakt hebben. God offert zijn Zoon op voor onze zonden. En Jezus weet dat en verzet zich niet. Hoe groot moet Gods Liefde wel niet zijn voor ons, dat Hij zichzelf opoffert voor ons! Wat een geweldig cadeau is dat, wat Jezus ons gaf! Wat moet Hij veel van ons gehouden hebben!


God houdt net zoveel van ons als wij van onze kinderen houden. Nog méér zelfs! Zoveel, dat Hij een heilsplan maakte. Hij kwam door zijn Zoon naar de wereld en stierf aan het kruis. Daar hangt Hij; armen gespreid, om te laten zien hoeveel Hij van ons houdt. Zóóó veel!

vrijdag 2 september 2016

Ochtendspits

Ochtendspits

Omdat ons stafbureau aan de andere kant van Tilburg is van mijn huis uit, moet ik elke ochtend zo’n 10 kilometer fietsen Ik ben dan zo’n 45 minuten onderweg op mijn e-bike. Genoeg tijd dus om lekker weg te mijmeren of avonturen te beleven.

Ik vroeg me vanmorgen af:

Ik weet niet wat erger is;
De kindertjes die rijen dik over het fietspad uitwaaieren en ik –met gevaar voor eigen leven- moet zien hoe ik er zonder kleerscheuren langs kom. Zonder mezelf te ergeren overigens, dat heb ik me lang geleden voorgenomen, zodat ik niet meer zo gefrustreerd op mijn werk aan zou komen. En ja: het is mogelijk om jezelf daarin te trainen, maar je moet het in eerste plaats echt willen en in tweede plaats volhouden en volharden. Dat is wel een hindernis bovenop de hindernis…

Of:
De jonge heren die zich – voordat ze de deur uitgaan – ’s morgens bedekken onder een dikke laag dure geuren (die blijven het langst hangen), om vervolgens welriekend op de fiets te stappen om naar school, werk of universiteit te gaan. – De heren die veel aandacht aan hun uiterlijk en kleding besteden zijn het ergst. – Als ware wegpiraten op hoge fietsen banen ze zich een weg tussen de rondfietsende kindertjes. En elke keer als ik mijn mond open doe om adem te halen krijg ik een flinke hap deodorant, aftershave of eau-de-cologne binnen. Ik denk dat als de geuren kleuren zouden zijn, Tilburg elke ochtend zou veranderen in een heus Hindoestaans Holi-feest. Dat zou een mooi gezicht zijn zo ’s morgens vroeg op mijn fietsje in het koude Tilburg!


woensdag 18 november 2015

Parijs, vrijdag 13 november 2015


Aanslagen Parijs


Vrijdag 13 november 2015

 

De mensen zijn verslagen, bang, wantrouwend. Versuft lopen ze rond. Vragen zich af of het werk wat ze vandaag doen nog wel zo belangrijk is, of ze hun geliefden vanavond nog wel terug zullen zien, of ze de man aan de overkant nog wel kunnen vertrouwen…

Profielfoto’s op Facebook kleuren blauw-wit-rood, kerken houden de deuren open, op maandag is er een minuut stilte. Alles draait om de aanslag in Parijs.


Normen en Waarden


Het is verschrikkelijk wat er is gebeurd in Parijs. Zoveel doden om niets. Zomaar. Ja, om de ideologie van iemand die werkelijk gelooft dat wat hij doet – goed is. Een ideologie die alleen de insiders kunnen volgen en begrijpen. Een ideologie die alleen maar groeit naarmate normen en waarden van de samenleving dalen. Normen en waarden die gelovige moslims (géén extremisten!) tegen de borst stuiten. Trouwens, niet alleen de moslims, maar ook de gelovige christenen. Meisjes met veeeeeel te korte rokjes, meisjes die topless aan het strand liggen, het alcohol- en drugsgebruik, relaties die massaal stuklopen, ongewenste kinderen die weggehaald worden, kinderen die steeds jonger seksueel actief zijn en een staat die het aanmoedigt, de media en een overheid die meent alles te moeten kunnen zeggen in het kader van de vrije meningsuiting… Ik snap het wel…

De hele maatschappij verloederd naar een egoïstisch “ik-tijdperk”

Men vinden dat kinderen moeten experimenteren, vrij moeten zijn, eigen keuzes moeten kunnen maken. Daar is niks mis mee, maar dan moet een kind wel eerst zijn grenzen kennen en evenwichtig zijn.

Sexy is goed, want dan ben je populair, en dat is weer goed omdat je het dan stukken makkelijker hebt op school. Als een jongen daar gebruik van wilt maken, zeg ze geen ‘nee’, want dan is ze ineens niet meer leuk en bovendien, wat kan haar gebeuren, ze slikt de pil en hij zegt toch dat hij haar leuk vindt?

Papa en mama zijn niet meer bij elkaar, maar dat is goed, want dan laten we zien dat we elkaar niet nodig hebben, dat we zelfstandig genoeg zijn en sterk, dan krijgt mama weer een nieuwe vriend (of vriendin) en papa een nieuwe vriendin (of vriend), en dan krijg je er ook weer 4 nieuwe opa’s en oma’s bij, en al die cadeautjes die je dan krijgt met sinterklaas!

Als we ergens op uitgekeken zijn, dan kopen we een nieuwe. Wat nog goed is wordt weggegooid. Koop je een nieuwe broek omdat de oude begon te scheuren? Koop je een nieuwe auto omdat de oude niet meer door de APK kwam? Koop je een nieuwe bank omdat de veren door de bekleding steken? Wanneer heb jij voor het laatst kliekjesdag gehad?


Tegen de stroom in probeer ik mijn kinderen mee te geven dat ze niet alleen op de wereld zijn, dat ze voor de ander moeten zorgen, dat ze trots moeten zijn op zichzelf omdat ze kostbaar zijn, dat ze de aarde in bruikleen hebben en straks weer moeten doorgeven aan hun kinderen en zij weer aan hún kinderen, dat ze er zuinig op moeten zijn. Buiten een handjevol vrienden, vind ik hier nergens steun in. Ja, wel in een ideaal hier en daar, maar voor velen is het een onhaalbare zaak om echt radicaal te zijn.


Sterfelijkheid


Naast dat het verschrikkelijk is, wat er in Parijs is gebeurd, is het ook de normaalste zaak van de wereld. Dat het nu steeds dichter bij komt maakt het tastbaarder, maar dit soort geweld is altijd al geweest. Vandaag de dag worden er dagelijks meisjes verkocht als seks-slaaf, worden moeders of vriendinnen gestenigd, worden mannen en kinderen de nek doorgesneden en hoofden afgehakt, worden mensen doodgeschoten.

Tegelijk worden duizenden kinderen vermoord omdat het niet geboren mag worden, worden mensen doodgereden op straat omdat een bestuurder zijn ogen niet op het verkeer gericht houdt, sterven mensen omdat ze zich ziek gegeten hebben, sterven ze aan kanker omdat ze hun verdriet nooit hebben kunnen uiten, sterven er mensen aan zelfmoord omdat ze zich diep – diep ongelukkig voelen of geen andere uitweg meer zien, sterven er kinderen door de klappen van hun vader, jaarlijks raken er mensen gewond, of gaan dood aan hun verwondingen door het zware vuurwerk van hun buurman.

Maar ook sterven er dagelijks mensen aan een hartaanval, aan ouderdom, aan een longontsteking, aan een val met de fiets.



Het is nu eenmaal een gegeven: De dood hoort bij het leven. De vriend die iedereen het liefst buiten de deur houdt. Maar het feit blijft: Wie geboren wordt, sterft op een dag. Zelfs planten sterven! Waarom zijn we er dan zo bang voor?

Ik heb jaren geleden de dood omarmt als mijn vriend. Ik heb vrede met hem gesloten. Sindsdien is de angst voor de dood weg. Natuurlijk steek ik mijn kop niet in het zand, nee, ik heb ervoor gezorgd dat ik kan gaan als het mijn tijd is. Ik laat de generatie die na mij komt mijn gedachtegoed na. Mijn kinderen weten dat ik van ze houd, net zoals mijn lieve echtgenoot, ze weten dat ik vanuit de hemel naar ze kijk en dat ik super-trots ben op wie ze zijn en wie ze worden. Ik schrijf ontzettend veel, zodat mijn kinderen mij altijd in mijn verhalen terug kunnen vinden en dat de generaties na hen mij ook kunnen leren kennen. Ik probeer vanuit mijn geloof zo goed mogelijk te leven, liefde te verspreiden, vrede te stichten en vreugde te zaaien. Ik zorg ervoor dat de band met mijn hemelse Vader altijd goed is, ik praat veel met Hem en bid veel. Als ik dood ga, dan ben ik voorbereid. Zoals mijn papa altijd zei: “Als Zeeland overstroomt, dan is het gedaan met ons. Dan zijn we (mijn mama en hij) dood.” Heel nuchter, maar oh, zo waar!

Ooit zei iemand tegen me: Het is niet belangrijk dat je geboren bent, of dat je sterft. Wat belangrijk is, is datgene wat je ertussenin doet.

Maak dat dát belangrijk is, zorg dat je iets waardevols bijdraagt aan de nalatenschap van de wereld. Zorg dat de wereld een stukje mooier en liever en vrediger wordt. Houd van de mensen om je heen, maak recht wat krom is en heel wat gebroken is, zeg sorry tegen iedereen waarbij je iets verkeerd hebt gedaan. Dan ben jij straks ook voorbereid om de dood recht in de ogen te kijken en hem te verwelkomen!


Natuurlijk hoop ik dat er nooit een geliefde het slachtoffer wordt van een terroristische aanslag. Maar voor miljoenen mensen is dat al gebeurd. Moeten we ons bang laten maken? Nee, want waar angst is, kan geen liefde zijn. De kinderen, mannen en vrouwen die zich bij extremistische groeperingen aansluiten kennen de liefde niet. Sterker nog, hun hart is vergiftigd door haatzaaiers, versteend door het uitzetten van hun gevoel. Hoe meer wij de liefde aan hen voorleven, hoe groter de kans dat ze vroeg of laat geraakt en besmet worden met de liefde. En als hun hart dan weer gaat voelen, dan voelen ze echt wel wat goed is en wat niet goed is. Liefde is de enige oplossing voor een probleem als de IS.

Ik ben niet gechoqueerd door de aanslag in Parijs. Ik vind het erg, maar ik ben niet gechoqueerd. Het zat eraan te komen. En de maatschappij heeft er zelf toe bijgedragen.

Maar dezelfde maatschappij kan ook het tij doen keren. Wees je bewust wat en wie echt belangrijk is, ga weer naar de kerk, laat het christendom explosief groeien. Samen kunnen we dan het licht terug in de wereld brengen, samen kunnen we het donker verbannen. Samen kunnen we de liefde verspreiden tot in de harten van alle andere mensen. Samen kunnen we de haat uit de wereld helpen.

Hieronder nog een ontroerend mooi filmpje:

dinsdag 22 juli 2014

Mantilla

Bijna vanaf het allereerste begin dat ik mijn vriendin ken, weet ik dat ze een mantilla draagt: een kanten doek die dient om het haar mee te bedekken. Het geeft uitdrukking aan haar eerbied voor de heiligheid van de Mis en de aanwezigheid van Christus in het Woord en in de heilige Communie. Maar ze draagt het ook als bruidsmantel, omdat ze heeft gekozen voor een celibatair dienstbaar leven.
Ik vond het eigenlijk wel stoer dat ze het durfde. Eén keer heeft ze een mantilla voor mij meegenomen, maar op het laatste moment durfde ik het niet te dragen. Ik was er nog niet aan toe. Elke keer dat ik naast haar zat in de kerk voelde ik een soort van trots dat zij mijn vriendin was omdat ze een mantilla droeg. En stiekem was ik jaloers op haar, omdat zij het wel durfde.
Thuis, onderweg en op retraites deed ik vaak een capuchon op als ik in gebed was, of ik drapeerde een omslagdoek zo, dat hij ook mijn hoofd bedekte. Dat voelde heel natuurlijk. Ik sloot mezelf met Jezus als het ware een beetje af voor de buitenwereld. 

Na een paar jaar van vorming en geestelijke groei, groeide ook het verlangen om een echte mantilla te gaan dragen in de kerk. Tegelijk was ik er ook zo aan gewend om er geen te dragen en om mijn vriendin er met één te zien, dat ik nooit daadwerkelijk een stap genomen heb om er één te gaan dragen. Ik was een beetje vastgeroest.

Tot mijn dochter en wat vrienden naar Lourdes zouden gaan en me vroegen of ik ook een mantilla wilde hebben. Opeens werd ik geconfronteerd met een oud verlangen dat nu krachtiger was. Ja, ik wilde wel een mantilla. Ik wilde er wel twee! “Maar,” dacht ik, “meer om achter de hand te hebben voor het geval ik er op een dag wél aan toe zou zijn.”
Een week later had ik opeens twee mantilla’s. Dezelfde avond nog heb ik ze meteen ‘gepast’, op mijn hoofd gedaan om te kijken hoe je nou zo’n mantilla vast maakt en hoe het staat. Meteen vanaf het eerste moment voelde het ook ontzettend goed. Ik besloot om mijn mantilla die zondag meteen maar te gaan dragen. Nu was een logisch moment. Nu was hét moment. Als ik het nu niet deed, zou ik het dragen van een mantilla gaan uitstellen en waarschijnlijk zou het er dan nooit meer van komen. Daarbij hadden we een groot feest in onze parochie; de Bisschop zou komen en we hadden een hoogmis. Dan zou het ook nog eens helemaal gepast zijn om een mantilla te dragen!
 
Natuurlijk had ik het onderwerp ‘Mantilla’ in de weken die hieraan vooraf gingen uitvoerig besproken met man en kinderen en wat vrienden. De meesten hadden er geen uitgesproken mening over en vonden dat ik vooral moest doen waar ik me gelukkig bij zou voelen. Een groot aantal moedigde mij aan om het te gaan doen omdat ze mijn verlangen kenden en me aanmoedigden. Maar ik kreeg ook van iemand een uitgesproken mening. Ik moest het vooral niet doen. Als ik mijn hoofd al wilde bedekken, dan in ‘s hemelsnaam met een hoedje. De redenen waarom ik het niet moest doen waren overigens geheel eerlijk en terecht; ik zou er mensen mee kunnen provoceren. Ik zou mensen kunnen afschrikken en zelfs wegjagen. Ik zou een verkeerd beeld van mezelf schetsen, namelijk iemand die zichzelf heel wat meer vind dan de rest van de mensen in de kerk en ik op hun neer zou kijken.

In tegenstelling tot wat je zou verwachten was ik heel blij met deze eerlijke en oprecht bezorgde uitingen. Hier kon ik tenminste iets mee. Feedback is wat ik wilde en wat ik kreeg. Het heeft me aan het denken gezet over mijn eigen motivatie. Waarom ging ik dit eigenlijk doen? Wat was de ware reden en wat wilde ik uitdrukken? Waar wilde ik uitdrukking aan geven? En hoe zou ik met mijn lichaamstaal datgene ondersteunen waar ik met mijn mantilla uitdrukking aan wilde geven? Ik wilde niet dat mensen mij als een omhooggevallen katholiek zouden gaan zien. Ik moest daar op een correcte manier een oplossing voor zien te bedenken, maar daarvoor moest ik eerst kunnen ervaren hoe het was om een mantilla te dragen.
Die zondag ging ik op tijd naar de kerk en schoof in de bank met mijn dochters. Gelijktijdig haalden we onze mantillas uit onze tassen tevoorschijn (zij hadden er ook ieder 2 gekregen; één zwarte en een witte) en bevestigden ze op onze haren. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk, maar toen ik eenmaal recht ging zitten, voelde ik me trotser, voelde ik een soort ‘geheimenis’ tussen Jezus en mij. Jezus lachte naar me en ik voelde me geliefder. Tijdens de mis ervoer ik de voordelen van een mantilla. Doordat de zijkanten van de mantilla langs mijn gezicht vielen als ik mijn hoofd boog, kwam er automatisch een soort van gordijn dat zorgde dat ik niet afgeleid werd van wat er verder om me heen gebeurde. Ik was meer gefocust op wat er vóór in de kerk gebeurde, dáár op en om het altaar. Ik was meer betrokken bij de lezingen en ik was intenser aanwezig bij de liturgie en het tafelgebed waarna de vredeswens volgde. Mijn liefdevolle blik waarmee ik juist nog naar mijn Bruidegom had gekeken richtte ik op mijn buurman. Ik nam zijn hand in de mijne en meende uit de grond van mijn hart: “Vrede van God”  en zag in zijn ogen dat het heel goed was. Toen ik ter communie ging voelde ik me als een bruid die naar haar Bruidegom loopt, zoals ik deed toen John en ik trouwden. Toen had ik ook een sluier op. Een tikkeltje nerveus maar vooral blij om Hem echt te gaan ontvangen.

Aan het eind van de mis ben ik blijven zitten zoals ik altijd doe (ik plak altijd nog een half uur gebedstijd vast aan de H. Mis) en heb mijn tranen de vrije loop gegeven. Het voelde zó ontzettend goed, alsof alles nu klopte, alsof alle puzzelstukjes nu op hun plaats vielen; mijn vorming, de mensen om me heen, mijn nieuwe parochie, de situatie in ons gezin, de gebeurtenissen de laatste maanden, de bedevaart naar Lourdes. Ik had er geen spijt van dat ik niet eerder begonnen was met het dragen van een mantilla. Dít was het tijdstip. Dit was hét moment waarop ik en de mensen om me heen er klaar voor zouden zijn. Alle voorbereidingen waren toegespitst op dit moment.
 
Dank zij de eerlijke mening van een enkeling draag ik mijn mantilla nu zeer welbewust. Ik pas er mijn kleding op aan, zodat mijn kleding klopt met hetgeen ik wil uitdrukken. Ik trek elke zondag een rok aan. Iets waarvan ik van tevoren nooit zou hebben gedacht dat ik dat zou doen! Geen blote topjes meer voor mij, tenzij er een vestje of jasje overheen gaat.

De mensen in de kerk kijken er niet raar van op, gelukkig. Ik krijg wel vragen van jonge moeders met dochters, die willen weten wat een mantilla is en waarom ik er één draag. Ik krijg ook vele verhalen te horen van dames op leeftijd over vroeger, toen een mantilla dragen nog heel gewoon was. Sommigen praten zelfs met een nostalgische blik in hun ogen omdat ze vroeger zulke mooie mantillas hadden. En ik zie het verlangen in de ogen van andere vrouwen, hetzelfde verlangen dat ik jaren geleden had toen ik voor het eerst naast mijn vriendin in de kerk ging zitten.

Ik voel dat ik Jezus dichter bij de mensen breng door het dragen van mijn mantilla. En ik voel dat ik nog dichter bij Jezus kom door het dragen van mijn mantilla.
 

woensdag 21 augustus 2013

Met mezelf door de bocht...

Met mezelf door de bocht…

Ik ging met de trein naar Heerlen, waar ik had afgesproken.

Daags tevoren had ik afgesproken met een vriendin, dat ze me naar station Oisterwijk zou brengen. Wel een half uur vroeger dan nodig, maar goed, beter te vroeg dan te laat.
Ik was dus ruim op tijd opgestapt en in Eindhoven moest ik overstappen.


Op het spoor waar 'mijn trein' aankomt en vertrekt, rijden om en om het kwartier de trein naar Maastricht en naar Heerlen. En op het moment dat ik aankom, moet eerst de trein van Maastricht binnen komen, een kwartier later komt die van Heerlen. Terwijl ik wacht, zie ik op de monitor dat de eerstkomende trein naar Heerlen komt te vervallen, dus besluit ik om een half uur langer te wachten, ik heb toch de tijd...

Maar als de trein naar Maastricht binnen is gekomen spoort de conducteur me aan met deze trein mee te gaan tot aan Sittard. Ik twijfel, want eigenlijk wilde ik wachten. Maar toch stap ik in. In de trein check ik even op mijn NS-App hoe laat ik aan kom en hoe laat ik dan mijn aansluiting heb en op welk perron ik moet zijn. Ondertussen wordt ik ook wat afgeleid door de andere passagiers. Ik tel de stations die we passeren, maar schijnbaar mis ik er dus één; die van Sittard. En plotseling zit ik in Maastricht! Oei!

Ik stap uit en spreek de conductrice aan die ook uit de trein stapt. Ze wijst naar de overkant naar de trein die “onderlangs” ook naar Heerlen gaat. Dat is een stuk sneller dan terug naar Sittard en dan weer naar Heerlen. Ik zie dat ik nog geen minuut heb om op die trein te komen, dus ik zet er flink de pas in om deze trein niet te missen. Trap op, over het spoor en aan de andere kant weer snel naar beneden. Ik probeer gaandeweg nog snel bij Veolia in te checken met mijn OV-kaart, maar ik krijg een rood licht, dus dan maar zwart rijden. Ik zie ook nergens een conducteur lopen, dus kan ook niks meer navragen. Zodra ik zit begint de trein al te rijden. Op hoop van zegen, dat we de goede kant op gaan. En een schietgebedje dat ik niet in de kraag gevat word. Ik kom door allerlei leuke kleine dorpjes waarvan ik de namen niet ken, laat staan uitspreken. Maar ik zit toch de hele tijd op het puntje van mijn stoel omdat ik nog steeds niet zeker weet of ik de goede kant op ga. We stoppen ook in Valkenburg waar ik toch al vaak was geweest, maar nog nooit vanuit de trein had bekeken, heel bijzonder. Maar: oh my Goodness, waar op de landkaart ben ik? En dan, ineens, stoppen we op 'station Heerlen-woonboulevard'. Een 'joepie-gevoel' overvalt me en een paar minuten later rijden we ook station Heerlen binnen. Bijna een kwartier later dan ik afgesproken had, maar ik bén er in ieder geval!

De terugreis ging gelukkig een stuk soepeler! Niet alleen omdat ik nu leesvoer had waardoor de tijd voorbij vloog; Ik was net te laat voor de trein die ik normaal heb in Heerlen, maar omdat die vertraagd was, kon ik nog opstappen. Deze ging tot aan Eindhoven, in plaats van naar Schiphol. Mooi, want daar moest ik toch overstappen en dan kan ik ook niet per ongeluk een station te laat uitstappen! Ik ben naar Tilburg gereisd en daar heb ik ook niet al te lang meer op mijn bus moeten wachten. Dat ging in ieder geval een stuk vlotter dan de heenreis!

Het was echt weer zo’n typische ‘Mea-dag’!

 

dinsdag 26 februari 2013

Alphamannetjes


Alphamannetjes
 
Ik kom ze regelmatig tegen: Alphamannetjes. Vaders die charmant zijn, een beetje gevaarlijk soms, een goedlopend bedrijf, succesvol bij de vrouwtjes, een grote auto -die hij overigens overal mag parkeren-, een snelle babbel, twee of drie leuke kinderen (die, als je ze beter kent eigenlijk strontverwend zijn), een goed huwelijk, mooie vakantiefoto’s, etc.

Alphamannetjes. De (verkeers-)regels gelden voor hun niet. Zij komen overal mee weg. Zij hebben overal een mannetje en via-via kennen ze iedereen. Als je iets gedaan wilt krijgen, kun je maar beter een alphamannetje kennen, want dan is alles zo geregeld.

Maar, hoe groot of invloedrijk zo’n alphamannetje ook is, de tijd is ook voor hen onverbiddelijk en ongenadig. Als ze eenmaal wat ouder worden, slaat de onrust toe. Ze verliezen de grip op hun omgeving. Ze verliezen aan macht en aanzien. En toch willen ze graag gezien blijven worden. Met al dat vrouwelijk schoon, dat niet direct in de gaten heeft dat de tijd en het verval toeslaat, is de verleiding dan ook groot om zijn ego een oppepper te geven met een jongere versie van de vrouw met wie hij al jaren samen was, met wie hij kinderen heeft, met wie hij zo vaak gelukkig op vakantie is geweest. Zonder pardon wordt zij aan de kant gezet, want er moet een nieuwe weg ingeslagen worden. Dat vooral de kinderen hier grootste dupe van zijn wordt weggewuifd; ‘want er zijn zoveel mensen die gescheiden zijn en, ach, we maken wel goede afspraken, en de kinderen willen toch zeker dat papa ook gelukkig is? (alsof het geluk van papa vóór gaat aan het geluk van de kinderen)’. De oude vrouw wordt dus ingeruild voor een jonge vrouw. Dat het mannetje vanaf nu niet meer zichzelf kan zijn maar zich ten alle tijden voor moet doen alsof hij een jonge god is, heeft hij niet door. Want zeg nou eerlijk, welke jonge blom wilt er een oude, versleten, tweedehands man met kinderen en een ex? Geen één toch? Dus moet hij zich groot houden, want anders is de jonge blom weg. Dat zijn eigen vrouw, die hem al van zijn jeugd af aan kent hem liefheeft, met alle gebreken en tekortkomingen en hem met alle liefde en plezier tot aan de dood toe wil blijven liefhebben en verzorgen, doet er niet meer toe. Teruggaan is geen optie, dat is een gepasseerd station. Dat zou een vreselijke afgang zijn voor het alphamannetje. Toe te moeten geven dat hij het mis had.
 
Toch, op het schoolplein verlegt de aandacht van het vrouwvolk zich ook. Als het alphamannetje de kinderen wegbrengt of ophaalt, staan de vrouwtjes geschaard rondom het nieuwe, jonge alphamannetje dat in de kracht van zijn leven is. De vrouwtjes groeten het oude alphamannetje nog wel, maar zullen niet meer in grote getalen aan zijn lippen hangen en interesse in hem tonen.
 
Vanmorgen stond een nieuw alphamannetje met zijn –veel te grote- auto dwars op de oprit van de school. Hij was wat aan de late kant, dus dan mag hij zijn auto zo parkeren dat er niemand anders meer langs kan, of dat je er helemaal omheen moet. De kinderen waren te laat, maar dat kan hij zich veroorloven. Met een glimlach weet hij de juf om zijn vinger te winden, die vervolgens het kind met liefde in de klas neemt, ze heeft er plots alle begrip voor. Een groep vrouwtjes, die zich in de gang hebben opgehouden omdat ze nog even naar hun kind in de klas wilden kijken, verleggen hun aandacht van hun kroost naar het mannetje dat langs komt lopen en volgen het mannetje naar buiten, waar ze nog een hele poos door blijven babbelen. Dat de auto met draaiende motor nog steeds op de oprit staat doet er niet toe. Wat híer is en nú, dat is belangrijk. Nú moet hij indruk maken om zijn positie te verstevigen. Dat hij eigenlijk heel veel haast had en een afspraak had met een klant doet er even niet toe. Die klant wacht wel. En hoe laat het ook wordt, met een glimlach, een vlotte babbel en zijn natuurlijke charme is het hem zo vergeven.

dinsdag 22 mei 2012

I've had a dream 2

Droom

Wow, een jaar geleden al weer!

Zondag 15 mei 2011

Vanmorgen werd ik wakker. Ik had een droom gehad. Ik had iets gedaan voor een aantal mensen, wat me erg veel moeite gekost had. Ze hadden me aangeboden te betalen voor de klus. Ik had geweigerd, maar zij hadden aangedrongen. Uiteindelijk had ik toegestemd. Toen ik na de klus wachtte op mijn “loon” kreeg ik een koperen 5 cent-munt. Ik moest er erg om lachen, want hetgeen ik gedaan had was natuurlijk veel meer waard dan 5 cent! Ik had de klus gedaan uit liefde, zonder er iets voor terug te verwachten. Ze hadden zelf besloten mijn diensten te willen betalen. Maar ik had geen idee dat ze me zó zouden beoordelen. Ik was met stomheid geslagen. Ik was toch wel meer waard? Maar deze mensen waren serieus en konden er niet om lachen. Ze wezen naar de koperen munt, die ik inmiddels had aangenomen, in mijn hand. Langzaam opende ik mijn hand. Toen pas zag ik dat het geen gewone mint was. Ik bekeek hem beter en ontdekte dat het een “Munt-van-waardering” was. Er stond op dat mijn daden voor anderen juist ontzettend gewaardeerd werden. Ik was tot tranen toe geroerd en heel erg blij en gelukkig.
Ik maak uit de droom op dat, wat ik voor God doe, enorm gewaardeerd wordt. Niet met grote woorden of gebaren, maar in het verborgene van een gesloten hand. Op een simpele manier, in de vorm van een koperen munt.