Toen ik klein was, leefde ik in een grote bubbel. Ergens was ik me wel bewust van wat er allemaal om me heen gebeurde, maar ik wist niet dat ik er ook invloed op had. Dat heb ik pas geleerd toen de bubbel zomaar van de één op de andere dag barstte.
Ik kan me nog wel heel veel van mijn eerste kindertijd herinneren. Hoe ik aan mijn vaders grote hand liep, hem nauwelijks kunnen bijbenen omdat hij zulke grote stappen maakte, maar ik wilde zo graag met hem mee dat ik vreselijk mijn best deed. Ook die ene keer dat papa nog in het donker naar de winkel moest, mocht ik mee. Ik was ontzettend gefascineerd door de donkere buitenwereld. Dat had ik nog nooit eerder gezien!
Ik herinner mijn oma als de vrouw die in die ene speciale stoel zat te roken en met een glimlach naar ons zat te kijken als we op de grond speelden met de LEGO.
Ik herinner me vaag gebeurtenissen van de kleuterschool. De eerste keer dat ik gepest werd. Die ene keer dat ik aan het klimrek wilde en er niet op mocht van de andere kinderen. Dat mijn zusje in haar broek had geplast en door haar juf over de gang naar de toilet werd gesleept, tranen in haar ogen.
Ik herinner me veel beter de gebeurtenissen van de basisschool. Mede doordat ik daar ook vriendinnetjes kreeg, werd ik me bewust van mezelf, maar nog steeds had ik niet door dat ik invloed kon uitoefenen op de gebeurtenissen om me heen. Alles wat er gebeurde, overkwam me. Dat ik nog meer en stelselmatig werd gepest, hoorde bij de dagelijkse realiteit. Ik accepteerde dat niet alleen, maar was de kinderen die me pestten zelfs dankbaar voor hun gedrag, omdat ik me sterker en sterker voelde worden en mezelf voelde groeien, terwijl zij zichzelf neerhaalden. Stiekem moest ik daar om lachen. Ik wist toen nog niet wat ik nu wel weet; dat God me hielp, hoe meer ik de grond in getrapt werd, hoe hoger God me optilde. En als kind voelde ik dat gewoon. Ik vond het heerlijk om op die manier opgetild te worden!
Ik genoot van de zondagen, ik keek er de hele week naar uit. Op zondag gingen we naar de kerk, daar voelde ik God’s Liefde zo dichtbij en zo warm. Daar werden alle lasten van waar ik onder te lijden had van mijn schouders genomen, waarna ik mezelf voelde zweven. Ik moest altijd oppassen dat ik niet wegvloog als de mis afgelopen was. Heel voorzichtig liep ik dan de kerk uit. Op de trap voor de kerk bleef ik dan staan tot ik de grond weer onder mijn voeten voelde. Daarna kon ik pas weglopen.
Later op de middelbare school plopte die bubbel waar ik al die jaren in had gezeten. Hoewel ik zelf naar de huishoudschool had gewild, moest ik naar de St.PaulusMAVO. Ik wilde niet gaan studeren, ik wilde niet van alles leren waar ik niks aan had. Het húishouden wilde ik leren! Ik wilde trouwen en kinderen krijgen later, daar had ik de huishoudschool voor nodig. Uiteindelijk was ik blij met de keuze van mijn ouders omdat ik naar een katholieke school ging. Er werd godsdienst gegeven, er werd zelfs in sommige lessen nog gebeden, als opening van het schooljaar was er elk jaar een openluchtviering in de openluchtkerk, met feestdagen werd er iets georganiseerd op school, etc. Ik voelde aan de leraren dat zij ook christen waren en ik voelde me veilig, ondanks dat het pesten gewoon doorging. Ik had maar weinig vrienden en die hebben ervoor gezorgd dat ik toch veel leuke herinneringen heb overgehouden aan mijn puberteit. Ik ben niet altijd braaf geweest, want ik begon me ook af te zetten tegen mijn ouders, werd opstandig en raakte vreselijk in de war. Ik heb veel dingen gedaan waarvan ik echt spijt heb. Voor een groot deel heb ik al geprobeerd om die dingen recht te zetten, maar ik ben er nog niet klaar mee. Ik ben nog wel even bezig om mijn gemaakte puberrotzooi op te ruimen, temeer omdat sommige mensen van vroeger zo moeilijk te traceren zijn. Ze lijken wel van de aardbodem verdwenen. Ik ben dan ook heel blij met het bestaan van Facebook. Daar duikt zo nu en dan een oude bekende op. Iemand met wie ik heel graag in het reine wil komen. Sommige mensen vinden het geweldig om weer contact met me te hebben, anderen vinden me maar een ‘rare’ of willen niks met me te maken hebben. De meesten hebben een heel ander verhaal over het gebeurde dan ik zelf heb en bovendien ook nog een heel eigen verhaal daarbovenop. Ik ben echt dankbaar dat die mensen hun diepste roerselen met mij willen delen.
Soms vind ik oude vriendinnen terug, waarvan later blijkt dat ze me “zoveel” veranderd vinden. Dat vind ik helemaal niet, dat herken ik niet. Ik heb zelfs een vriendin van de kleuterschool, die alle tijd tot ik uit Vlissingen vertrok mijn vriendinnetje is geweest. Daarna is ze gaan studeren en ben ik haar uit ’t oog verloren. Ik trouwde, kreeg kinderen en een heel ander en eigen leven. Net als zij haar eigen leven kreeg. Toen ik haar destijds via Hyves terugvond, was ik dan ook oprecht blij dat we weer contact hadden. Tot ze opeens zei dat ze er geen behoefte aan had om me weer te zien omdat ik zoveel was veranderd. Op de vraag wat ze bedoelde heb ik nooit antwoord gekregen. Ik heb deze opmerking van meer mensen gekregen, maar die van haar heeft het meeste impact gehad. Anderen zijn wel duidelijk wat ze bedoelen: “Dat ik zo heilig/gelovig/… zou zijn opeens.”
Ik vind eigenlijk zelf niet dat ik zoveel veranderd ben. Ja, ik ben volwassen geworden. Ik kan mezelf uiten. Ik kan mijn eigen omgeving beïnvloeden. Ik kan mijn eigen keuzes maken. Ik kan zoveel meer dan ik vroeger kon. Maar ik geniet nog steeds van het leven en ik geniet van alle kleine en grote cadeautjes die het leven mij bieden, net zoals vroeger. Ik vind het nog steeds heerlijk dat God een groot deel van mijn leven uitmaakt. Ik vind nog steeds heerlijk om aan mijn Vaders grote hand te lopen, met snelle passen omdat Hij eigenlijk te snel gaat voor me, maar ik wil er niks van missen. En wat voel ik me gelukkig als Hij me optilt als ik het zo zwaar heb dat ik denk niet meer verder te kunnen. Als alles om me heen donker wordt en ik voel Zijn aanwezigheid als een warme geruststellende en troostende deken om me heen.
Wat mij betreft is er helemaal NIETS veranderd en ben ik in mijn hele wezen nog steeds diezelfde persoon die zij vroeger hebben leren kennen, alleen kunnen anderen niet meer ontkennen wat zij zien. En dát is wel veranderd!