dinsdag 22 juli 2014

Mantilla

Bijna vanaf het allereerste begin dat ik mijn vriendin ken, weet ik dat ze een mantilla draagt: een kanten doek die dient om het haar mee te bedekken. Het geeft uitdrukking aan haar eerbied voor de heiligheid van de Mis en de aanwezigheid van Christus in het Woord en in de heilige Communie. Maar ze draagt het ook als bruidsmantel, omdat ze heeft gekozen voor een celibatair dienstbaar leven.
Ik vond het eigenlijk wel stoer dat ze het durfde. Eén keer heeft ze een mantilla voor mij meegenomen, maar op het laatste moment durfde ik het niet te dragen. Ik was er nog niet aan toe. Elke keer dat ik naast haar zat in de kerk voelde ik een soort van trots dat zij mijn vriendin was omdat ze een mantilla droeg. En stiekem was ik jaloers op haar, omdat zij het wel durfde.
Thuis, onderweg en op retraites deed ik vaak een capuchon op als ik in gebed was, of ik drapeerde een omslagdoek zo, dat hij ook mijn hoofd bedekte. Dat voelde heel natuurlijk. Ik sloot mezelf met Jezus als het ware een beetje af voor de buitenwereld. 

Na een paar jaar van vorming en geestelijke groei, groeide ook het verlangen om een echte mantilla te gaan dragen in de kerk. Tegelijk was ik er ook zo aan gewend om er geen te dragen en om mijn vriendin er met één te zien, dat ik nooit daadwerkelijk een stap genomen heb om er één te gaan dragen. Ik was een beetje vastgeroest.

Tot mijn dochter en wat vrienden naar Lourdes zouden gaan en me vroegen of ik ook een mantilla wilde hebben. Opeens werd ik geconfronteerd met een oud verlangen dat nu krachtiger was. Ja, ik wilde wel een mantilla. Ik wilde er wel twee! “Maar,” dacht ik, “meer om achter de hand te hebben voor het geval ik er op een dag wél aan toe zou zijn.”
Een week later had ik opeens twee mantilla’s. Dezelfde avond nog heb ik ze meteen ‘gepast’, op mijn hoofd gedaan om te kijken hoe je nou zo’n mantilla vast maakt en hoe het staat. Meteen vanaf het eerste moment voelde het ook ontzettend goed. Ik besloot om mijn mantilla die zondag meteen maar te gaan dragen. Nu was een logisch moment. Nu was hét moment. Als ik het nu niet deed, zou ik het dragen van een mantilla gaan uitstellen en waarschijnlijk zou het er dan nooit meer van komen. Daarbij hadden we een groot feest in onze parochie; de Bisschop zou komen en we hadden een hoogmis. Dan zou het ook nog eens helemaal gepast zijn om een mantilla te dragen!
 
Natuurlijk had ik het onderwerp ‘Mantilla’ in de weken die hieraan vooraf gingen uitvoerig besproken met man en kinderen en wat vrienden. De meesten hadden er geen uitgesproken mening over en vonden dat ik vooral moest doen waar ik me gelukkig bij zou voelen. Een groot aantal moedigde mij aan om het te gaan doen omdat ze mijn verlangen kenden en me aanmoedigden. Maar ik kreeg ook van iemand een uitgesproken mening. Ik moest het vooral niet doen. Als ik mijn hoofd al wilde bedekken, dan in ‘s hemelsnaam met een hoedje. De redenen waarom ik het niet moest doen waren overigens geheel eerlijk en terecht; ik zou er mensen mee kunnen provoceren. Ik zou mensen kunnen afschrikken en zelfs wegjagen. Ik zou een verkeerd beeld van mezelf schetsen, namelijk iemand die zichzelf heel wat meer vind dan de rest van de mensen in de kerk en ik op hun neer zou kijken.

In tegenstelling tot wat je zou verwachten was ik heel blij met deze eerlijke en oprecht bezorgde uitingen. Hier kon ik tenminste iets mee. Feedback is wat ik wilde en wat ik kreeg. Het heeft me aan het denken gezet over mijn eigen motivatie. Waarom ging ik dit eigenlijk doen? Wat was de ware reden en wat wilde ik uitdrukken? Waar wilde ik uitdrukking aan geven? En hoe zou ik met mijn lichaamstaal datgene ondersteunen waar ik met mijn mantilla uitdrukking aan wilde geven? Ik wilde niet dat mensen mij als een omhooggevallen katholiek zouden gaan zien. Ik moest daar op een correcte manier een oplossing voor zien te bedenken, maar daarvoor moest ik eerst kunnen ervaren hoe het was om een mantilla te dragen.
Die zondag ging ik op tijd naar de kerk en schoof in de bank met mijn dochters. Gelijktijdig haalden we onze mantillas uit onze tassen tevoorschijn (zij hadden er ook ieder 2 gekregen; één zwarte en een witte) en bevestigden ze op onze haren. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk, maar toen ik eenmaal recht ging zitten, voelde ik me trotser, voelde ik een soort ‘geheimenis’ tussen Jezus en mij. Jezus lachte naar me en ik voelde me geliefder. Tijdens de mis ervoer ik de voordelen van een mantilla. Doordat de zijkanten van de mantilla langs mijn gezicht vielen als ik mijn hoofd boog, kwam er automatisch een soort van gordijn dat zorgde dat ik niet afgeleid werd van wat er verder om me heen gebeurde. Ik was meer gefocust op wat er vóór in de kerk gebeurde, dáár op en om het altaar. Ik was meer betrokken bij de lezingen en ik was intenser aanwezig bij de liturgie en het tafelgebed waarna de vredeswens volgde. Mijn liefdevolle blik waarmee ik juist nog naar mijn Bruidegom had gekeken richtte ik op mijn buurman. Ik nam zijn hand in de mijne en meende uit de grond van mijn hart: “Vrede van God”  en zag in zijn ogen dat het heel goed was. Toen ik ter communie ging voelde ik me als een bruid die naar haar Bruidegom loopt, zoals ik deed toen John en ik trouwden. Toen had ik ook een sluier op. Een tikkeltje nerveus maar vooral blij om Hem echt te gaan ontvangen.

Aan het eind van de mis ben ik blijven zitten zoals ik altijd doe (ik plak altijd nog een half uur gebedstijd vast aan de H. Mis) en heb mijn tranen de vrije loop gegeven. Het voelde zó ontzettend goed, alsof alles nu klopte, alsof alle puzzelstukjes nu op hun plaats vielen; mijn vorming, de mensen om me heen, mijn nieuwe parochie, de situatie in ons gezin, de gebeurtenissen de laatste maanden, de bedevaart naar Lourdes. Ik had er geen spijt van dat ik niet eerder begonnen was met het dragen van een mantilla. Dít was het tijdstip. Dit was hét moment waarop ik en de mensen om me heen er klaar voor zouden zijn. Alle voorbereidingen waren toegespitst op dit moment.
 
Dank zij de eerlijke mening van een enkeling draag ik mijn mantilla nu zeer welbewust. Ik pas er mijn kleding op aan, zodat mijn kleding klopt met hetgeen ik wil uitdrukken. Ik trek elke zondag een rok aan. Iets waarvan ik van tevoren nooit zou hebben gedacht dat ik dat zou doen! Geen blote topjes meer voor mij, tenzij er een vestje of jasje overheen gaat.

De mensen in de kerk kijken er niet raar van op, gelukkig. Ik krijg wel vragen van jonge moeders met dochters, die willen weten wat een mantilla is en waarom ik er één draag. Ik krijg ook vele verhalen te horen van dames op leeftijd over vroeger, toen een mantilla dragen nog heel gewoon was. Sommigen praten zelfs met een nostalgische blik in hun ogen omdat ze vroeger zulke mooie mantillas hadden. En ik zie het verlangen in de ogen van andere vrouwen, hetzelfde verlangen dat ik jaren geleden had toen ik voor het eerst naast mijn vriendin in de kerk ging zitten.

Ik voel dat ik Jezus dichter bij de mensen breng door het dragen van mijn mantilla. En ik voel dat ik nog dichter bij Jezus kom door het dragen van mijn mantilla.
 

woensdag 21 augustus 2013

Met mezelf door de bocht...

Met mezelf door de bocht…

Ik ging met de trein naar Heerlen, waar ik had afgesproken.

Daags tevoren had ik afgesproken met een vriendin, dat ze me naar station Oisterwijk zou brengen. Wel een half uur vroeger dan nodig, maar goed, beter te vroeg dan te laat.
Ik was dus ruim op tijd opgestapt en in Eindhoven moest ik overstappen.


Op het spoor waar 'mijn trein' aankomt en vertrekt, rijden om en om het kwartier de trein naar Maastricht en naar Heerlen. En op het moment dat ik aankom, moet eerst de trein van Maastricht binnen komen, een kwartier later komt die van Heerlen. Terwijl ik wacht, zie ik op de monitor dat de eerstkomende trein naar Heerlen komt te vervallen, dus besluit ik om een half uur langer te wachten, ik heb toch de tijd...

Maar als de trein naar Maastricht binnen is gekomen spoort de conducteur me aan met deze trein mee te gaan tot aan Sittard. Ik twijfel, want eigenlijk wilde ik wachten. Maar toch stap ik in. In de trein check ik even op mijn NS-App hoe laat ik aan kom en hoe laat ik dan mijn aansluiting heb en op welk perron ik moet zijn. Ondertussen wordt ik ook wat afgeleid door de andere passagiers. Ik tel de stations die we passeren, maar schijnbaar mis ik er dus één; die van Sittard. En plotseling zit ik in Maastricht! Oei!

Ik stap uit en spreek de conductrice aan die ook uit de trein stapt. Ze wijst naar de overkant naar de trein die “onderlangs” ook naar Heerlen gaat. Dat is een stuk sneller dan terug naar Sittard en dan weer naar Heerlen. Ik zie dat ik nog geen minuut heb om op die trein te komen, dus ik zet er flink de pas in om deze trein niet te missen. Trap op, over het spoor en aan de andere kant weer snel naar beneden. Ik probeer gaandeweg nog snel bij Veolia in te checken met mijn OV-kaart, maar ik krijg een rood licht, dus dan maar zwart rijden. Ik zie ook nergens een conducteur lopen, dus kan ook niks meer navragen. Zodra ik zit begint de trein al te rijden. Op hoop van zegen, dat we de goede kant op gaan. En een schietgebedje dat ik niet in de kraag gevat word. Ik kom door allerlei leuke kleine dorpjes waarvan ik de namen niet ken, laat staan uitspreken. Maar ik zit toch de hele tijd op het puntje van mijn stoel omdat ik nog steeds niet zeker weet of ik de goede kant op ga. We stoppen ook in Valkenburg waar ik toch al vaak was geweest, maar nog nooit vanuit de trein had bekeken, heel bijzonder. Maar: oh my Goodness, waar op de landkaart ben ik? En dan, ineens, stoppen we op 'station Heerlen-woonboulevard'. Een 'joepie-gevoel' overvalt me en een paar minuten later rijden we ook station Heerlen binnen. Bijna een kwartier later dan ik afgesproken had, maar ik bén er in ieder geval!

De terugreis ging gelukkig een stuk soepeler! Niet alleen omdat ik nu leesvoer had waardoor de tijd voorbij vloog; Ik was net te laat voor de trein die ik normaal heb in Heerlen, maar omdat die vertraagd was, kon ik nog opstappen. Deze ging tot aan Eindhoven, in plaats van naar Schiphol. Mooi, want daar moest ik toch overstappen en dan kan ik ook niet per ongeluk een station te laat uitstappen! Ik ben naar Tilburg gereisd en daar heb ik ook niet al te lang meer op mijn bus moeten wachten. Dat ging in ieder geval een stuk vlotter dan de heenreis!

Het was echt weer zo’n typische ‘Mea-dag’!

 

dinsdag 26 februari 2013

Alphamannetjes


Alphamannetjes
 
Ik kom ze regelmatig tegen: Alphamannetjes. Vaders die charmant zijn, een beetje gevaarlijk soms, een goedlopend bedrijf, succesvol bij de vrouwtjes, een grote auto -die hij overigens overal mag parkeren-, een snelle babbel, twee of drie leuke kinderen (die, als je ze beter kent eigenlijk strontverwend zijn), een goed huwelijk, mooie vakantiefoto’s, etc.

Alphamannetjes. De (verkeers-)regels gelden voor hun niet. Zij komen overal mee weg. Zij hebben overal een mannetje en via-via kennen ze iedereen. Als je iets gedaan wilt krijgen, kun je maar beter een alphamannetje kennen, want dan is alles zo geregeld.

Maar, hoe groot of invloedrijk zo’n alphamannetje ook is, de tijd is ook voor hen onverbiddelijk en ongenadig. Als ze eenmaal wat ouder worden, slaat de onrust toe. Ze verliezen de grip op hun omgeving. Ze verliezen aan macht en aanzien. En toch willen ze graag gezien blijven worden. Met al dat vrouwelijk schoon, dat niet direct in de gaten heeft dat de tijd en het verval toeslaat, is de verleiding dan ook groot om zijn ego een oppepper te geven met een jongere versie van de vrouw met wie hij al jaren samen was, met wie hij kinderen heeft, met wie hij zo vaak gelukkig op vakantie is geweest. Zonder pardon wordt zij aan de kant gezet, want er moet een nieuwe weg ingeslagen worden. Dat vooral de kinderen hier grootste dupe van zijn wordt weggewuifd; ‘want er zijn zoveel mensen die gescheiden zijn en, ach, we maken wel goede afspraken, en de kinderen willen toch zeker dat papa ook gelukkig is? (alsof het geluk van papa vóór gaat aan het geluk van de kinderen)’. De oude vrouw wordt dus ingeruild voor een jonge vrouw. Dat het mannetje vanaf nu niet meer zichzelf kan zijn maar zich ten alle tijden voor moet doen alsof hij een jonge god is, heeft hij niet door. Want zeg nou eerlijk, welke jonge blom wilt er een oude, versleten, tweedehands man met kinderen en een ex? Geen één toch? Dus moet hij zich groot houden, want anders is de jonge blom weg. Dat zijn eigen vrouw, die hem al van zijn jeugd af aan kent hem liefheeft, met alle gebreken en tekortkomingen en hem met alle liefde en plezier tot aan de dood toe wil blijven liefhebben en verzorgen, doet er niet meer toe. Teruggaan is geen optie, dat is een gepasseerd station. Dat zou een vreselijke afgang zijn voor het alphamannetje. Toe te moeten geven dat hij het mis had.
 
Toch, op het schoolplein verlegt de aandacht van het vrouwvolk zich ook. Als het alphamannetje de kinderen wegbrengt of ophaalt, staan de vrouwtjes geschaard rondom het nieuwe, jonge alphamannetje dat in de kracht van zijn leven is. De vrouwtjes groeten het oude alphamannetje nog wel, maar zullen niet meer in grote getalen aan zijn lippen hangen en interesse in hem tonen.
 
Vanmorgen stond een nieuw alphamannetje met zijn –veel te grote- auto dwars op de oprit van de school. Hij was wat aan de late kant, dus dan mag hij zijn auto zo parkeren dat er niemand anders meer langs kan, of dat je er helemaal omheen moet. De kinderen waren te laat, maar dat kan hij zich veroorloven. Met een glimlach weet hij de juf om zijn vinger te winden, die vervolgens het kind met liefde in de klas neemt, ze heeft er plots alle begrip voor. Een groep vrouwtjes, die zich in de gang hebben opgehouden omdat ze nog even naar hun kind in de klas wilden kijken, verleggen hun aandacht van hun kroost naar het mannetje dat langs komt lopen en volgen het mannetje naar buiten, waar ze nog een hele poos door blijven babbelen. Dat de auto met draaiende motor nog steeds op de oprit staat doet er niet toe. Wat híer is en nú, dat is belangrijk. Nú moet hij indruk maken om zijn positie te verstevigen. Dat hij eigenlijk heel veel haast had en een afspraak had met een klant doet er even niet toe. Die klant wacht wel. En hoe laat het ook wordt, met een glimlach, een vlotte babbel en zijn natuurlijke charme is het hem zo vergeven.

dinsdag 22 mei 2012

I've had a dream 2

Droom

Wow, een jaar geleden al weer!

Zondag 15 mei 2011

Vanmorgen werd ik wakker. Ik had een droom gehad. Ik had iets gedaan voor een aantal mensen, wat me erg veel moeite gekost had. Ze hadden me aangeboden te betalen voor de klus. Ik had geweigerd, maar zij hadden aangedrongen. Uiteindelijk had ik toegestemd. Toen ik na de klus wachtte op mijn “loon” kreeg ik een koperen 5 cent-munt. Ik moest er erg om lachen, want hetgeen ik gedaan had was natuurlijk veel meer waard dan 5 cent! Ik had de klus gedaan uit liefde, zonder er iets voor terug te verwachten. Ze hadden zelf besloten mijn diensten te willen betalen. Maar ik had geen idee dat ze me zó zouden beoordelen. Ik was met stomheid geslagen. Ik was toch wel meer waard? Maar deze mensen waren serieus en konden er niet om lachen. Ze wezen naar de koperen munt, die ik inmiddels had aangenomen, in mijn hand. Langzaam opende ik mijn hand. Toen pas zag ik dat het geen gewone mint was. Ik bekeek hem beter en ontdekte dat het een “Munt-van-waardering” was. Er stond op dat mijn daden voor anderen juist ontzettend gewaardeerd werden. Ik was tot tranen toe geroerd en heel erg blij en gelukkig.
Ik maak uit de droom op dat, wat ik voor God doe, enorm gewaardeerd wordt. Niet met grote woorden of gebaren, maar in het verborgene van een gesloten hand. Op een simpele manier, in de vorm van een koperen munt.

zondag 22 april 2012

Toen en nu. Is er veel veranderd?

Toen ik klein was, leefde ik in een grote bubbel. Ergens was ik me wel bewust van wat er allemaal om me heen gebeurde, maar ik wist niet dat ik er ook invloed op had. Dat heb ik pas geleerd toen de bubbel zomaar van de één op de andere dag barstte.

Ik kan me nog wel heel veel van mijn eerste kindertijd herinneren. Hoe ik aan mijn vaders grote hand liep, hem nauwelijks kunnen bijbenen omdat hij zulke grote stappen maakte, maar ik wilde zo graag met hem mee dat ik vreselijk mijn best deed. Ook die ene keer dat papa nog in het donker naar de winkel moest, mocht ik mee. Ik was ontzettend gefascineerd door de donkere buitenwereld. Dat had ik nog nooit eerder gezien!
Ik herinner mijn oma als de vrouw die in die ene speciale stoel zat te roken en met een glimlach naar ons zat te kijken als we op de grond speelden met de LEGO.
Ik herinner me vaag gebeurtenissen van de kleuterschool. De eerste keer dat ik gepest werd. Die ene keer dat ik aan het klimrek wilde en er niet op mocht van de andere kinderen. Dat mijn zusje in haar broek had geplast en door haar juf over de gang naar de toilet werd gesleept, tranen in haar ogen.
Ik herinner me veel beter de gebeurtenissen van de basisschool. Mede doordat ik daar ook vriendinnetjes kreeg, werd ik me bewust van mezelf, maar nog steeds had ik niet door dat ik invloed kon uitoefenen op de gebeurtenissen om me heen. Alles wat er gebeurde, overkwam me. Dat ik nog meer en stelselmatig werd gepest, hoorde bij de dagelijkse realiteit. Ik accepteerde dat niet alleen, maar was de kinderen die me pestten zelfs dankbaar voor hun gedrag, omdat ik me sterker en sterker voelde worden en mezelf voelde groeien, terwijl zij zichzelf neerhaalden. Stiekem moest ik daar om lachen. Ik wist toen nog niet wat ik nu wel weet; dat God me hielp, hoe meer ik de grond in getrapt werd, hoe hoger God me optilde. En als kind voelde ik dat gewoon. Ik vond het heerlijk om op die manier opgetild te worden!
Ik genoot van de zondagen, ik keek er de hele week naar uit. Op zondag gingen we naar de kerk, daar voelde ik God’s Liefde zo dichtbij en zo warm. Daar werden alle lasten van waar ik onder te lijden had van mijn schouders genomen, waarna ik mezelf voelde zweven. Ik moest altijd oppassen dat ik niet wegvloog als de mis afgelopen was. Heel voorzichtig liep ik dan de kerk uit. Op de trap voor de kerk bleef ik dan staan tot ik de grond weer onder mijn voeten voelde. Daarna kon ik pas weglopen.
Later op de middelbare school plopte die bubbel waar ik al die jaren in had gezeten. Hoewel ik zelf naar de huishoudschool had gewild, moest ik naar de St.PaulusMAVO. Ik wilde niet gaan studeren, ik wilde niet van alles leren waar ik niks aan had. Het húishouden wilde ik leren! Ik wilde trouwen en kinderen krijgen later, daar had ik de huishoudschool voor nodig. Uiteindelijk was ik blij met de keuze van mijn ouders omdat ik naar een katholieke school ging. Er werd godsdienst gegeven, er werd zelfs in sommige lessen nog gebeden, als opening van het schooljaar was er elk jaar een openluchtviering in de openluchtkerk, met feestdagen werd er iets georganiseerd op school, etc. Ik voelde aan de leraren dat zij ook christen waren en ik voelde me veilig, ondanks dat het pesten gewoon doorging. Ik had maar weinig vrienden en die hebben ervoor gezorgd dat ik toch veel leuke herinneringen heb overgehouden aan mijn puberteit. Ik ben niet altijd braaf geweest, want ik begon me ook af te zetten tegen mijn ouders, werd opstandig en raakte vreselijk in de war. Ik heb veel dingen gedaan waarvan ik echt spijt heb. Voor een groot deel heb ik al geprobeerd om die dingen recht te zetten, maar ik ben er nog niet klaar mee. Ik ben nog wel even bezig om mijn gemaakte puberrotzooi op te ruimen, temeer omdat sommige mensen van vroeger zo moeilijk te traceren zijn. Ze lijken wel van de aardbodem verdwenen. Ik ben dan ook heel blij met het bestaan van Facebook. Daar duikt zo nu en dan een oude bekende op. Iemand met wie ik heel graag in het reine wil komen. Sommige mensen vinden het geweldig om weer contact met me te hebben, anderen vinden me maar een ‘rare’ of willen niks met me te maken hebben. De meesten hebben een heel ander verhaal over het gebeurde dan ik zelf heb en bovendien ook nog een heel eigen verhaal daarbovenop. Ik ben echt dankbaar dat die mensen hun diepste roerselen met mij willen delen.
Soms vind ik oude vriendinnen terug, waarvan later blijkt dat ze me “zoveel” veranderd vinden. Dat vind ik helemaal niet, dat herken ik niet. Ik heb zelfs een vriendin van de kleuterschool, die alle tijd tot ik uit Vlissingen vertrok mijn vriendinnetje is geweest. Daarna is ze gaan studeren en ben ik haar uit ’t oog verloren. Ik trouwde, kreeg kinderen en een heel ander en eigen leven. Net als zij haar eigen leven kreeg. Toen ik haar destijds via Hyves terugvond, was ik dan ook oprecht blij dat we weer contact hadden. Tot ze opeens zei dat ze er geen behoefte aan had om me weer te zien omdat ik zoveel was veranderd. Op de vraag wat ze bedoelde heb ik nooit antwoord gekregen. Ik heb deze opmerking van meer mensen gekregen, maar die van haar heeft het meeste impact gehad. Anderen zijn wel duidelijk wat ze bedoelen: “Dat ik zo heilig/gelovig/… zou zijn opeens.”
Ik vind eigenlijk zelf niet dat ik zoveel veranderd ben. Ja, ik ben volwassen geworden. Ik kan mezelf uiten. Ik kan mijn eigen omgeving beïnvloeden. Ik kan mijn eigen keuzes maken. Ik kan zoveel meer dan ik vroeger kon. Maar ik geniet nog steeds van het leven en ik geniet van alle kleine en grote cadeautjes die het leven mij bieden, net zoals vroeger. Ik vind het nog steeds heerlijk dat God een groot deel van mijn leven uitmaakt. Ik vind nog steeds heerlijk om aan mijn Vaders grote hand te lopen, met snelle passen omdat Hij eigenlijk te snel gaat voor me, maar ik wil er niks van missen. En wat voel ik me gelukkig als Hij me optilt als ik het zo zwaar heb dat ik denk niet meer verder te kunnen. Als alles om me heen donker wordt en ik voel Zijn aanwezigheid als een warme geruststellende en troostende deken om me heen.

Wat mij betreft is er helemaal NIETS veranderd en ben ik in mijn hele wezen nog steeds diezelfde persoon die zij vroeger hebben leren kennen, alleen kunnen anderen niet meer ontkennen wat zij zien. En dát is wel veranderd!

dinsdag 3 april 2012

Surreëel 3

14 Maart 2009

We zijn al vroeg wakker. Slecht geslapen, heftig gedroomd en steeds maar weer dingen die door mijn hoofd blijven malen. Mijn broer is al online. Ik besluit om ook online. Samen chatten we nog wat na. Hij heeft mijn zus ook al heel vroeg aan de telefoon gehad. Allebei hetzelfde probleem. Slecht geslapen.
Ik heb nergens zin in, maar dwing mezelf om toch te douchen en aan te kleden. Vanmiddag hebben we kindercatechese met onze communicantjes. Ik betrap me erop dat ik steeds maar weer tegen mezelf zeg: “Een beetje afleiding zal je goed doen.” En ja, als ik in het parochiecentrum aankom staan de pastoor en de dirigente ons al op te wachten. De pastoor condoleert ons en vraagt ons hoe het gaat. We kunnen even vertellen en even wat stoom van de ketel laten gaan. Maar we moeten ook nog wat voorbereiden. De kinderen en ouders druppelen binnen en mijn man neemt meteen de touwtjes in handen. Professioneel worden ze naar binnen geleid en als de groep compleet is gaan we beginnen. De kinderen zijn ontzettend lief, maar ik voel dat ik niet mezelf ben. Alsof ik eerst door een dikke muur tempex heen moet om te kunnen communiceren. Mijn zintuigen werken vertraagd en maar voor de helft lijkt het wel.
Later die middag gaan mijn man en No1 naar de bioscoop. Ik ga met de meiden naar de buren. Daar kan ik weer van me afpraten. Ik had nooit van mezelf kunnen denken dat ik een verhaal zo vaak kon vertellen en dan nog de behoefte zou voelen om het nóg eens te doen. Bij een glaasje wijn nemen de gesprekken een ander onderwerp aan. We praten over van alles en nog wat, zoals vroeger. De kinderen spelen met allerlei spelletjes uit de kast die ik nog niet kende en rollen daarbij opvallend veel over de grond. Ik geloof dat ze nu écht Jip en Janneke zijn geworden.
Als ik die nacht in bed lig voel ik me wat meer ontspannen. En mijn maag laat ook de spanning los, waardoor hij weer begint te draaien. Misselijk zit ik rechtop in mijn bed en op het toilet met een emmer naast me. Gelukkig hoef ik niet over te geven.

Surreëel 2

13 maart 2009

Donderdag moest groep 8 van onze school een wedstrijd dansen, nota bene van de Nederlandse Hartstichting(!) Ze gingen erheen met het gevoel dat ze niet zouden winnen, maar wel een hele leuke dag zouden hebben, een soort van schoolreisje. En wat we niet verwachtten gebeurde toch. Ze werden 1ste! Nou, je snapt wel dat iedereen inclusief ik, in jubelstemming was. Raar hoor, want zodra je lacht voel je je schuldig.
‘sAvonds toch al wat in voorbereiding op vrijdag, want dan zouden we Dito voorgoed vaarwel zeggen. Slecht geslapen, natuurlijk. Een hoop gewoel en heftig gedroomd. Maar vol goede moed gaan we aan de ochtend beginnen. Boterhammen gesmeerd en tassen ingepakt, jassen aan, want deze ochtend zou iedereen, behalve No1, nog even naar school gaan. Met de voordeur in de hand horen we de telefoon. Mijn man neemt hem op, loopt weg uit de kamer, en zegt oh, nee toch mam, oh nee, niet nog eens… Ik weet meteen dat er nog iemand is gestorven en ik denk aan mijn vader. Als mijn man de telefoon ophangt zorgt ie dat ie me eerst heel goed vast houdt, voordat hij zegt: “Rene heeft vannacht een hartstilstand gehad, hij is ook gestorven”. Gelukkig had hij me zo goed vast, want de grond zakt onder me weg en ik voel mezelf vallen, dieper en dieper. En ik kan alleen nog maar heel hard huilen. Er wordt meteen naar school gebeld. Mijn man gaat werken en No2 besluit om ook naar school te gaan. No1 en No3 blijven bij mij.
Ik kan het niet geloven. Hoe is dat mogelijk. Allerlei vragen draaien als een grote draaimolen door mijn hoofd. En tegelijk voel ik mijn eigen vergankelijkheid en die van  iedereen om me heen. Mijn hart doet letterlijk pijn en ik denk: “blijven kloppen, blijven kloppen…”
Als ik weer een beetje bijkom van de dreun, besluit ik om een life-line uit te gooien. Ik stuur een sms-je naar al mijn vriendinnen. Meteen krijg ik al een sms-je terug met heel veel knuffels. De telefoon gaat: “Wil je dat ik nu meteen kom?”.  “Ja”  kan ik nog net snikken. Binnen 5 minuten staat ze op de stoep. Ik begin weer te huilen als ik haar vastpak. De deurbel gaat weer, nog een vriendin. Ze moet werken, maar komt nog wel even een knuffel geven. Ik kan ook even mijn verhaal vertellen. Ze gaat weer. Er volgen nog wat smsjes en er komt nog een vriendin. Weer kan ik heel veel vertellen. Als de meiden zien dat ik weer alleen kan zijn, gaan ze weer. De buuv’ neemt No3 nog even mee uit huis, zodat ze even wat anders heeft dan de zorg voor mij.
Ik ben even alleen. No1 is wel thuis, maar die is van schik achter zijn computer gekropen en probeert een spel te spelen. Wezenloos kruip ik ook achter de computer. Ik kijk op Hyves en zie de foto’s van Rene. Ik zie zijn vrienden, waaronder een nicht. Zij komt ook naar de begrafenis van Dito en kent Rene ook heel goed. Ik besluit haar te bellen en zeg dat ze beter even gaat zitten. Aan de andere kant van de lijn komt de klap hard aan. Een paar minuten later zie ik al een berichtje van haar op Rene’s Hyves staan. Ik besluit onder de douche te stappen. Ik stink na deze ochtend. Ik neem de tijd, alsof alles in slow-motion gaat. Ik droog me af en kleed me aan. Wel crème op mijn gezicht, geen make-up. Mijn man komt thuis. Het was voor hem ook een rare ochtend geweest. Hij heeft zijn verdriet met de klas gedeeld en daarna heel groep 8 weer in jubelstemming gekregen. Wat heb ik een bewondering voor hem! Als we alles in de auto hebben gegooid, rijden we aan. Stilte. We zeggen niks. De cd van Aïda staat op. Als we op de snelweg rijden beginnen we mee te zingen, maar bij het lied nummer 16 breek ik weer.  Gelukkig voel ik me weer sterk als ik bij het crematorium aankom. Ik begroet alle mensen die ik ken, inclusief de mensen die ik net een paar dagen ken -hoe stom ook- door de dood van Dito. Bijna achteraan zie ik papa en mama. Al knuffelend en huilend en troostend probeer ik me een weg naar achter te banen. Daar blijf ik bij mijn ouders, broers en zus staan. We hebben het even over Rene en zijn ouders en natuurlijk over zijn vrouw. Het voelt wel machteloos dat we nu niks kunnen doen. Na een hele lange tijd mogen we in de aula naar binnen. We zoeken een plekje en blijven met de broers en zussen bij elkaar met onze kinderen. Alleen No3 gaat helemaal vooraan zitten bij oma en opa en de dochter van Dito. Natuurlijk is het afscheid ontzettend passievol. Precies zoals Dito was. Een van zijn vrienden speelt gitaar en zingt daarbij. Een aantal andere vrienden vertellen wat over hun band met Dito. Een nicht heeft ook een gedicht gemaakt: “zo lief, ja…” en de kleine dochter heeft ook een mooi gedicht voor haar vader gemaakt.
Aan het eind mag iedereen voor een laatste groet langs de kist lopen. Mijn benen willen niet meer, maar ik dwing mijn voeten te lopen. Mijn knieën knikken. Ik kan niet praten, maar in mijn hoofd zeg ik bij de kist: “Dag lief  broertje, bedankt voor alles…” en dan loop ik door. No3 komt huilend naar me toe en stort zich in mijn armen. Achter me voel ik No2 ook in mijn armen kruipen. In de gang staan we even in elkaars armen te huilen. “Koffie?” “Nee, nu even niet, dank je wel.”  Ik loop door en zie weer familie, nog meer neven en nichten. Ik besluit aan te schuiven bij een neef die ik echt al heel lang niet gesproken heb. Hij heeft 2 zonen bij zich en ik stel mijn kinderen voor aan zijn kinderen. Later spreek ik nog meer neven en nichten. We besluiten gezamenlijk dat we elkaar veel vaker zouden moeten zien en in het kader van het 50 jarig verblijf in Nederland, van onze moeders, moeten we maar weer eens een reünie organiseren. Vooral voor onze kinderen is het belangrijk dat ze elkaar met regelmaat zien, al is dat maar 1 keer per jaar. Raar dat er op zoiets droevigs ook zoiets hoopvols volgt. [overigens is er nu, na 3 jaar nog steeds niets georganiseerd...]
Als we naar huis gaan staan we nog even met papa, mama, broers en zussen met de kinderen op de parkeerplaats, we nemen al afscheid tot 1 van ons zegt dat wij naar de Mc.Donalds gaan. Mijn zus springt meteen mee in dat idee en de kinderen beginnen te juichen. Er is geen weg meer terug en degenen die nog twijfelen of tegensputteren hebben geen keus meer. We gaan nog even met zijn allen naar de “Mac.” Daar praten we onder het eten nog even na over de uitvaart. Wie was nou wie en wat zijn nou precies de onderlinge relaties. Over 1 ding zijn we het allemaal eens. Het was een heel mooi afscheid. Doordrenkt met Spaans temperament. Erg indrukwekend. Vooral de grote opkomst was een grote troost voor ons.
Als we ‘savonds thuis komen trekken we onze kleren uit. Ze gaan aan een hanger om te luchten. Over een paar dagen hebben we ze weer nodig. Als No3 voor de tv op mij komt liggen begint ze weer te huilen. Ze houd me stevig vast en snikt “Ik wil niet dat jij ook dood gaat mama!” Ik kan haar niks beloven, alleen dat ik er alles aan zal doen om dat niet te laten gebeuren.