Ik vond het eigenlijk wel stoer dat ze
het durfde. Eén keer heeft ze een mantilla voor mij meegenomen, maar op het
laatste moment durfde ik het niet te dragen. Ik was er nog niet aan toe. Elke
keer dat ik naast haar zat in de kerk voelde ik een soort van trots dat zij
mijn vriendin was omdat ze een mantilla droeg. En stiekem was ik jaloers op
haar, omdat zij het wel durfde.
Thuis, onderweg en op retraites deed ik
vaak een capuchon op als ik in gebed was, of ik drapeerde een omslagdoek zo,
dat hij ook mijn hoofd bedekte. Dat voelde heel natuurlijk. Ik sloot mezelf met
Jezus als het ware een beetje af voor de buitenwereld.
Na een paar jaar van vorming en geestelijke
groei, groeide ook het verlangen om een echte mantilla te gaan dragen in de
kerk. Tegelijk was ik er ook zo aan gewend om er geen te dragen en om mijn
vriendin er met één te zien, dat ik nooit daadwerkelijk een stap genomen heb om
er één te gaan dragen. Ik was een beetje vastgeroest.
Tot mijn dochter en wat vrienden naar
Lourdes zouden gaan en me vroegen of ik ook een mantilla wilde hebben. Opeens
werd ik geconfronteerd met een oud verlangen dat nu krachtiger was. Ja, ik
wilde wel een mantilla. Ik wilde er wel twee! “Maar,” dacht ik, “meer om achter
de hand te hebben voor het geval ik er op een dag wél aan toe zou zijn.”
Een
week later had ik opeens twee mantilla’s. Dezelfde avond nog heb ik ze meteen ‘gepast’,
op mijn hoofd gedaan om te kijken hoe je nou zo’n mantilla vast maakt en hoe
het staat. Meteen vanaf het eerste moment voelde het ook ontzettend goed. Ik
besloot om mijn mantilla die zondag meteen maar te gaan dragen. Nu was een
logisch moment. Nu was hét moment. Als ik het nu niet deed, zou ik het dragen
van een mantilla gaan uitstellen en waarschijnlijk zou het er dan nooit meer
van komen. Daarbij hadden we een groot feest in onze parochie; de Bisschop zou
komen en we hadden een hoogmis. Dan zou het ook nog eens helemaal gepast zijn
om een mantilla te dragen!
Natuurlijk had ik het onderwerp
‘Mantilla’ in de weken die hieraan vooraf gingen uitvoerig besproken met man en
kinderen en wat vrienden. De meesten hadden er geen uitgesproken mening over en
vonden dat ik vooral moest doen waar ik me gelukkig bij zou voelen. Een groot
aantal moedigde mij aan om het te gaan doen omdat ze mijn verlangen kenden en
me aanmoedigden. Maar ik kreeg ook van iemand een uitgesproken mening. Ik moest
het vooral niet doen. Als ik mijn hoofd al wilde bedekken, dan in ‘s hemelsnaam
met een hoedje. De redenen waarom ik het niet moest doen waren overigens geheel
eerlijk en terecht; ik zou er mensen mee kunnen provoceren. Ik zou mensen
kunnen afschrikken en zelfs wegjagen. Ik zou een verkeerd beeld van mezelf
schetsen, namelijk iemand die zichzelf heel wat meer vind dan de rest van de
mensen in de kerk en ik op hun neer zou kijken.
In tegenstelling tot wat je zou
verwachten was ik heel blij met deze eerlijke en oprecht bezorgde uitingen.
Hier kon ik tenminste iets mee. Feedback is wat ik wilde en wat ik kreeg. Het
heeft me aan het denken gezet over mijn eigen motivatie. Waarom ging ik dit
eigenlijk doen? Wat was de ware reden en wat wilde ik uitdrukken? Waar wilde ik
uitdrukking aan geven? En hoe zou ik met mijn lichaamstaal datgene ondersteunen
waar ik met mijn mantilla uitdrukking aan wilde geven? Ik wilde niet dat mensen
mij als een omhooggevallen katholiek zouden gaan zien. Ik moest daar op een
correcte manier een oplossing voor zien te bedenken, maar daarvoor moest ik
eerst kunnen ervaren hoe het was om een mantilla te dragen.
Die zondag ging ik op tijd naar de kerk
en schoof in de bank met mijn dochters. Gelijktijdig haalden we onze mantillas
uit onze tassen tevoorschijn (zij hadden er ook ieder 2 gekregen; één zwarte en
een witte) en bevestigden ze op onze haren. Ik voelde me een beetje
ongemakkelijk, maar toen ik eenmaal recht ging zitten, voelde ik me trotser,
voelde ik een soort ‘geheimenis’ tussen Jezus en mij. Jezus lachte naar me en
ik voelde me geliefder. Tijdens de mis ervoer ik de voordelen van een mantilla.
Doordat de zijkanten van de mantilla langs mijn gezicht vielen als ik mijn
hoofd boog, kwam er automatisch een soort van gordijn dat zorgde dat ik niet
afgeleid werd van wat er verder om me heen gebeurde. Ik was meer gefocust op
wat er vóór in de kerk gebeurde, dáár op en om het altaar. Ik was meer
betrokken bij de lezingen en ik was intenser aanwezig bij de liturgie en het
tafelgebed waarna de vredeswens volgde. Mijn liefdevolle blik waarmee ik juist
nog naar mijn Bruidegom had gekeken richtte ik op mijn buurman. Ik nam zijn
hand in de mijne en meende uit de grond van mijn hart: “Vrede van God” en zag in zijn ogen dat het heel goed was. Toen
ik ter communie ging voelde ik me als een bruid die naar haar Bruidegom loopt,
zoals ik deed toen John en ik trouwden. Toen had ik ook een sluier op. Een
tikkeltje nerveus maar vooral blij om Hem echt te gaan ontvangen.
Aan het eind van de mis ben ik blijven
zitten zoals ik altijd doe (ik plak altijd nog een half uur gebedstijd vast aan
de H. Mis) en heb mijn tranen de vrije loop gegeven. Het voelde zó ontzettend
goed, alsof alles nu klopte, alsof alle puzzelstukjes nu op hun plaats vielen;
mijn vorming, de mensen om me heen, mijn nieuwe parochie, de situatie in ons
gezin, de gebeurtenissen de laatste maanden, de bedevaart naar Lourdes. Ik had
er geen spijt van dat ik niet eerder begonnen was met het dragen van een
mantilla. Dít was het tijdstip. Dit was hét moment waarop ik en de mensen om me
heen er klaar voor zouden zijn. Alle voorbereidingen waren toegespitst op dit
moment.
Dank zij de eerlijke mening van een
enkeling draag ik mijn mantilla nu zeer welbewust. Ik pas er mijn kleding op
aan, zodat mijn kleding klopt met hetgeen ik wil uitdrukken. Ik trek elke
zondag een rok aan. Iets waarvan ik van tevoren nooit zou hebben gedacht dat ik
dat zou doen! Geen blote topjes meer voor mij, tenzij er een vestje of jasje
overheen gaat.
De mensen in de kerk kijken er niet
raar van op, gelukkig. Ik krijg wel vragen van jonge moeders met dochters, die
willen weten wat een mantilla is en waarom ik er één draag. Ik krijg ook vele
verhalen te horen van dames op leeftijd over vroeger, toen een mantilla dragen
nog heel gewoon was. Sommigen praten zelfs met een nostalgische blik in hun
ogen omdat ze vroeger zulke mooie mantillas hadden. En ik zie het verlangen in
de ogen van andere vrouwen, hetzelfde verlangen dat ik jaren geleden had toen
ik voor het eerst naast mijn vriendin in de kerk ging zitten.
Ik voel dat ik Jezus dichter bij de
mensen breng door het dragen van mijn mantilla. En ik voel dat ik nog dichter
bij Jezus kom door het dragen van mijn mantilla.


